‘Perfect zo. Wat een perfecte middag zo’.

Vrijdag 2 november en heerlijk weer. Niet zo koud, en een stevig zonnetje. Het was Sem die het voorstel deed. “Mam, als wij nu eens de boodschappen gaan doen, dan zetten we jou ergens af en dan kun jij gaan wandelen.” Mijn oren gingen ervan dansen. Hoe heerlijk als je zo’n lieve dochter hebt, en ze je zo goed begrijpt. De boodschappen worden in Heythuysen gedaan, en dus zocht ik een plek daar in de buurt. Het werd landgoed Beijlshof.

Herfst

Het landgoed ligt langs de weg van Horn naar Heythuysen en wordt beheerd door het Limburgs Landschap. De noordgrens wordt gevormd door de Tungelroyse beek. Een kleinere beek in het landgoed is de Reydtbeek. Centraal ligt een hoeve met de naam Beijlshof.

Bij het uitstappen zag ik het al. Misschien was het beter wat minder naar beneden te kijken om te zoeken naar paddenstoelen, en wat meer naar boven, naar de prachtige kleuren van de resterende bladeren aan de bomen. Zo mooi. Echt zo mooi. Ik raakte niet uitgekeken.

Toch even naar beneden gekeken 😉
Bij de hoeve

De drooggevallen Reydtbeek

Toen ik uiteindelijk weer bij de parkeerplaats aankwam, waren Wim en Sem er nog niet. Ik besloot richting de Speckerweg te lopen. Daar kom ik graag als er prachtige wolken in de lucht hangen. Er is daar een plek waar je redelijk ver kunt kijken en die ruimte en rust vind ik heerlijk.

Precies toen ik dacht: ‘Nu is het goed geweest’ kreeg ik een appje. “We komen eraan”. Super. Ik liep ze tegemoet en kon alleen maar concluderen.. ‘Perfect zo. Wat een perfecte middag zo’.

Advertenties

Verrassend Houtsberg

Het is alweer eventjes geleden dat ik deze wandeling maakte, toch blijven fragmenten maar in mijn hoofd spelen. Een teken dat het bijzonder was! Het was écht een leuke wandeling, en ik zag bovendien voor het eerst deze bijzonder droge herfst de altijd tot de verbeelding sprekende rood met witte stippen paddenstoel: de vliegenzwam.

Ik liep op 8 oktober bij de Philomenahoeve tussen de schapen door richting het Sarsven. Een favoriete wandelroute van mij, omdat ik daar altijd een heerlijk gevoel van vrijheid en ruimte ervaar. De schapen zijn al helemaal gewend aan wandelaars, en ik ben inmiddels ook gewend aan hen. Soms zit er een speciaaltje tussen, zo ook vandaag. Kijk eens wat een dametje! Ik moest glimlachen door haar blik en tred.

Dametje hè?!

Vanaf het Sarsven liep ik weer terug, maar nu over een bospad van waaruit De Banen zichtbaar is. Ook weer zo’n prachtig gebied met veel watervogels. Ik wilde even bij het lelieven kijken en dan het bos in achter dagcamping Houtsberg. Op zoek naar paddenstoelen! Onderweg kwam ik hele mooie dingen tegen. Nu er minder vlinders en libellen zijn, merk ik dat ik weer veel meer let op andere dingen en dat ik wéér tegen mezelf zeg: “Dat zou je altijd moeten doen! Ook als de vlinders er zijn!”

Prachtig wuivende grashalmen (1)
Prachtig wuivende grashalmen (2)
Zwervende pantserjuffer
Zwervende pantserjuffer van nog ietsje dichterbij 😉
Groot dooiermos

Ik verbaasde me over de schoonheid van dit groot dooiermos. Wauw! Hoe meer ik het van heel dichtbij bekeek, hoe mooier ik het vond. Ik denk dat ik er tot nu toe altijd aan voorbij gelopen ben. Soms moet je oog er toevallig een keer op vallen, daarna kun je het nooit meer niet meer zien.

Het bos in

Vanaf het volledig drooggevallen vennetje liep ik linksaf om vervolgens zo’n 100 meter verderop rechts het bos weer in te lopen. Ondanks de droogte hoopte ik toch op wat paddenstoelen. Als ik een toverstafje had, zou ik vliegenzwammen gewenst hebben. Rood met witte (alsof er andere bestaan ;-)) ), en het liefst met een schattig kaboutervrouwtje erbij :-)) Voor mijn gevoel had iedereen op Twitter ze al gevonden of  toevallig gezien, behalve ik.

Herfstkleuren in het bos

Op de hele route door het bos richting de parkeerplaats bij de dagcamping kwam ik slechts één paddenstoel tegen. Niet te geloven!, hoe anders was het andere jaren rond deze tijd geweest. Maar! Ik kwam een kleintje tegen, en juist op deze zat een vlieg. Met een beetje fantasie en de regels heel ruim toepassend, mogen we dit toch ook wel een vliegenzwam noemen, niet?

Verwondering

Mijn weg vervolgend zag ik in de verte opeens een prachtige kleur rood. Ik werd er gewoon naartoe getrokken en hoe dichterbij ik kwam, hoe duidelijker ik zag, dat ik niet de enige was. Het leek wel of alle insecten van het bos zich hier verzameld hadden. Bijen, wespen, hoornaars, vliegen, vlinders, álles zat er en vloog er rond. Schitterend!

Kardinaalsmuts

Al genietend van de kleuren en het gezoem zag ik opeens een appel liggen. En nog één. En nog één. En nog één!
Uh? Appels? En zoveel?
Verscholen tussen de bomen achter de kardinaalsmuts bleek een appelboom te staan!
Zomaar midden in het bos! Uh? En deze reikte tot hoog aan de hemel!
Feestje hoor! Feestje weer voor alle insecten uit de buurt.

Appelboom

Maar goed.
Alle verwondering daargelaten, nog altijd geen vliegenzwammen.
En toen ik de parkeerplaats opliep, besloot ik dat ik het daar echt niet mee eens was.
Ik moest en zou vliegenzwammen zien, vandaag!

Vliegenzwammen

Ik stapte in de auto en reed naar Schoorkuilen in plaats van naar huis.
Nog heel eventjes daar kijken.
Nog heel eventjes daar het pad aflopen en wie weet!

Het was er druk.
Niet met mensen, er was geen mens te zien, wat ik heerlijk vond.
Nee, met vogels!
Heel veel vogels, wat een geweldig gezicht!

Bij Schoorkuilen

Na een tijdje genieten, dacht ik weer aan de vliegenzwam.
“Kom op! Nog even een stukje lopen, wie weet!”, zei ik tegen mezelf.

En na zo’n 100 meter stappen zag ik ‘m.
En daarna zag ik er nog meer.
Jeujj!! Eindelijk kon ik mijn man appen.
“Kijk! Gevonden!”, appte ik. Waarop ik rollende smileys van het lachen als antwoord kreeg.
Ik zag mijn man voor me, lachend denkend: “Is het haar toch weer gelukt”.

Hoed vliegenzwam
Vliegenzwam

Onderkantje vliegenzwam
Nog een vliegenzwam!
En zelfs omgevallen hartstikke mooi

“Voor paddenstoelen moet je op de Beegderheide zijn”

“Voor paddenstoelen moet je op de Beegderheide zijn”.
Mijn moeder zei het ooit, en ik weet niet eens of ze zich dat zelf wel herinnert.
Maar ik dus wel.
Ik heb het in mijn oren geknoopt 🙂

Dus de eerste de beste keer dat ik mijn dochter in de herfst toch naar school moest brengen in Horn, combineerde ik dat natuurlijk met een wandeling op de heide in Beegden. Vorig jaar had ik daar sowieso heel veel vliegenzwammen gezien. Wie weet lieten die nu hier, op 3 oktober, ook alweer hun prachtige rood met witte stippen hoed zien.

Ik heb gezocht en gezocht, maar ik heb er niet eentje gevonden. Hoe jammer. Niet langs de heidepaadjes, niet in het bos, niet langs de vennen. Nergens een klein rood met witte stippen hoedje te vinden. Maar ik heb wel heel veel ander moois gezien. En ik vond het zó mooi, dat ik het gemis van de vliegenzwam heel snel vergeten was.

Doolhofzwam
Gouden druppels
Bekermos
Helmmycena
Zwavelkopjes
Met zijn tweetjes.. (helmmycena)
Zo’n mooi gekruld hoedje (helmmycena)
Helmmycena

 

Alsof het weer lente is!

Het is spannend als ik ga fietsen de laatste tijd. Mijn achterband loopt namelijk langzaam leeg. Ergens zit een piepklein gaatje en we kunnen het niet vinden. Voor nu vind ik het wel wat hebben. Het geeft een fietstochtje wat extra’s mee. Kom ik op tijd of later thuis, en hoe?

Zondag was het prachtig weer. Echt fietsweer. Vooral ook, omdat mijn man met de auto weg was, en ik de laatste tijd op zulke dagen graag wat verder ga dan de Tungelroyse beek. De beek ligt op loopafstand van ons huis, maar aan beide zijden van het water lopen koeien, en hoewel het zou moeten kunnen.. ik wandel er dan toch veel minder graag.

Op naar Keversbroek dus. Met de fiets zo’n vijf minuutjes verder dan de beek, schat ik. Een poesje kwam me halverwege tegemoet wandelen, maar toen ze me zag hield ze even halt, om daarna om te draaien. Jammer. Ik vond het zo’n schattig ding. Het zag ernaar uit dat ze op avontuur wilde. Tot ze mij zag. Ze vond bescherming achter een houten hek, vanwaar ze me nieuwsgierig gade sloeg.

Wat een ding hè! Ik denk dat ze, zodra ik uit het zicht was, weer dapper de wijde wereld in gestapt is.

Treinspoor over, bocht om, bos in. De zon scheen lekker en ik begon het zelfs warm te krijgen. Misschien dat ik mijn jasje dadelijk toch maar om mijn middel moest binden. Bij een pad, tussen twee weides door, stap ik altijd af om goed om me heen te kunnen kijken. Daar vliegen veel icarusblauwtjes en kleine vuurvlinders. Deze keer zag ik geen blauwtjes, maar de vuurvlindertjes waren wel weer van de partij.

Kleine vuurvlinder
Kleine vuurvlinder

Opeens zag ik een wat groter vuurvlindertje. Ik vond het vreemd en liep ernaar toe. Het zat op het pad en toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de tekening anders was. ‘Een kleine parelmoervlinder! Uh? Nu nog?!’

Kleine parelmoervlinder
Kleine parelmoervlinder

Het is nog wel hun vliegtijd, maar ik had het gewoon niet meer verwacht er nog eentje te zien. Gaaf vond ik het! Te gek! Nog een kleine parelmoervlinder zo laat in het seizoen!

Het beestje vloog op en ik rende er achteraan. Ik had wel al een foto genomen, maar ik was bang dat deze nog niet zo goed gelukt was. Dus ik ging in de achtervolging. Alsof het één van de eerste lentedagen was en ik weer vol enthousiasme kiekjes wilde maken van de allereerste vlinders. De oranjetipjes zijn dan ook altijd zo beweeglijk. Méters maak ik voor ze! Maar deze kleine parelmoer vloog al gauw het prikkeldraad over een wei in. Jammer.

Ik pakte mijn fiets aan de hand en liep verder. Boven mijn hoofd zaten twee heidelibellen elkaar achterna. Dappere beestjes zijn het. Die vliegen ook nog zo laat in het seizoen.

Heidelibel
Heidelibel

Voorbij de weides stapte ik weer op om een stukje te fietsen. Het zag nog altijd droog in het gebied. Geen paddenstoel te bekennen. Aan het eind van het pad sloeg ik rechtsaf onder de elektriciteitsmasten door. Wat een lawaai maken die dingen toch. Een gek zoemend geluid. Links van me naderde ik weer een wei en ik zag het al vanaf een afstandje. Heel veel oranje vlindertjes!

Niet te geloven! Geen kleine vuurvlinders, maar tien, vijftien kleine parelmoervlinders! Wauw!! Jeetje wat geweldig, wat hebben die in Keversbroek een goed jaar zeg! Super!
Ze bleven allemaal laag bij de grond en nauwelijks stil zitten. Ik had de gele bloeiende bloemen even verderop toen nog niet gezien. Met verbaasde blik heb ik daar een tijdje staan kijken. Zoveel kleine parelmoertjes. Schitterend!

Toen mijn oog eenmaal viel op één van de nog weinig bloeiende bloemen… : zó genieten. Daar verzamelden zich de vlinders uit de buurt. Ze dronken er, vlogen een rondje en kwamen terug. Met momenten zaten er wel vijf kleine parelmoervlinders en tig kleine vuurvlinders, een machtig gezicht.

Ik heb er een heel tijdje staan kijken en bedacht me toen, dat ik ook een filmpje kon proberen te maken. Dat viel nog tegen. Zoveel fladderende vleugels druk om elkaar heen bewegend. Dus besloot ik me te richten op één van de mooierds.

Prachtig hè!

Opeens moest ik weer denken aan mijn fietsband. Hoe lang was ik al weg?
Ik liep heel gauw naar mijn fiets en duwde met mijn duim op het rubber. Dat moest nog lukken.
Hup, hup! Laat de vlindertjes nu maar weer met rust.. hup naar huis!

Oren gevonden in het bos! ;-)

Dinsdagochtend en de zon scheen volop.
Vandaag wilde ik verder gaan met mijn zolderproject, wat niet veel meer betekent dan daar flink opruiming houden. Driekwart van de spullen die er staan heb ik al in mijn handen gehad. Ik heb ze weggegooid, een ander thuis gegeven, of afgestoft en na het schoonmaken van de vloer weer een nieuw plekje gegeven.
Maar het plan om aan de laatste hoek te beginnen, liet ik heel gauw varen toen ik buiten kwam. De container stond nog aan de kant van de weg en terwijl ik erheen liep om hem binnen te halen, voelde ik warme zonnestralen op mijn wangen. Jee wat was het aangenaam weer.

“Ik wilde de zolder gaan doen, maar het is echt heerlijk weer!”, begon ik eventjes later in de huiskamer tegen mijn man. “Ik ben eigenlijk gek als ik niet ga wandelen, ga je niet mee? Combineren we het met samen lunchen, dat hebben we ook al lang niet meer gedaan”. Tot mijn grote vreugde zei hij ‘Ja!’

– Over het algemeen ga ik het liefst alleen wandelen. Dan kan ik op mijn gemak alles bekijken en me ook gewoon een beetje door mijn intuïtie laten leiden. Van te voren weet ik dan bijvoorbeeld helemaal niet welke route ik ga lopen, de route ontstaat dan als vanzelf op gevoel. –

Maar deze keer had ik er echt zin in samen te wandelen. Samen te genieten, samen om ons heen te kijken, samen te gaan lunchen. Heerlijk!

Judasoren

Meteen op het eerste zandpad zag ik ze in de schaduw liggen. Ze groeiden op een takje, waren eigenlijk nog helemaal niet zo groot, en zagen er nog gaaf uit. Ik vind ze prachtig om te zien en riep enthousiast naar mijn man: “Kijk oorzwammen!” Later moest ik daar in mijzelf hard om lachen. Ik herinnerde me weer dat ze niet oorzwam heten, maar judasoren. Het lijkt erop, maar is toch niet helemaal hetzelfde 😉

Judasoor
Judasoor

Ik was er blij mee ze gezien te hebben. We liepen verder naar een plek waar ik al een paar jaar achter elkaar vliegenzwammen heb zien staan. Ik verheug me erop de rood met witte stippen paddenstoel weer te zien. Op Twitter heb ik er alweer veel foto’s van voorbij zien komen. Wat is hij toch fotogeniek. Ik vind het zo’n mooie, tot de verbeelding sprekende paddenstoel.

Maar tot mijn teleurstelling stond er nog helemaal niets. Ook geen klein, beginnend vliegenzwammetje. Echt niets. Chips.

Mijn man was allang doorgelopen en in versnelde pas probeerde ik hem weer in te halen. Toen ik er bijna was, zag ik een bont zandoogje. Mijn man zou nog even op mij moeten wachten.

Bont zandoogje

Bij een t-splitsing zag ik dat mijn man aan het genieten was van twee boomklevers op een tak boven hem. Ik liep langzaam naar hem toe en ging naast hem staan. We hoorden ook spechten. Hoe langer we stilstonden hoe meer vogeltjes er tevoorschijn kwamen. Super leuk om te beleven.

Weer richting de auto wandelend, kwamen we wel nog wat zwammen en paddenstoelen tegen, maar heel erg veel stond er nog niet.

Zwavelkopjes
Vast het begin van iets moois..

Samen besloten we rechtdoor te lopen, daar waar ik eigenlijk altijd afsla om nog even bij de vennen te kijken. We wilden kijken of er verderop ook nog een mogelijkheid was weer richting de verharde weg te wandelen. Die was er niet. Toch bleek het een goed plan om zo te lopen, want kijk eens wat wij tegenkwamen!

Reuzenzwam
Reuzenzwam

Zo groot! Zo veel! En zo mooi verlicht in de zon.

Ik genoot ervan. Eerdere jaren heb ik ‘m niet gezien, en nu al voor de tweede keer aan het begin van de herfst. Het schijnt een echte parasiet te zijn en einde verhaal voor de boom waarop hij groeit. Het is dan ook echt een joekel. Ik keek nog een keertje om, terwijl ik mijn maag hoorde rommelen. Tijd voor de lunch!

Al zo lang op mijn wensenlijstje: de sponszwam!

Hij stond al zo lang op mijn wensenlijstje. De sponszwam. Telkens als ik er foto’s van voorbij zag komen, dacht ik: ‘Wauw, wat een mooierd. Wat lijkt het me gaaf die ook in het echt te zien.’

Vandaag is dat gelukt! En per toeval ook nog, want had ik aan de andere kant van de boom gelopen, had ik ‘m never nooit niet gezien. Wat een beauty is het. Ik heb ‘m van alle kanten staan te bekijken. Wat een mooie structuur. Werkelijk weer een prachtig ontwerp van moeder natuur.

Structuur sponszwam

Zonneharpen

Ik val zo met de deur in huis, dat ik nu wel even terug moet schakelen naar hoe de wandeling begon. Het had net geregend en ik wist dat ik ongeveer een uurtje zou hebben voor de volgende bui zou neerstorten in het bos. Dat zou je nu nog helemaal niet zeggen. De zon stond net boven de bomen en de lucht was helder blauw met hier en daar een witte wolk.

Het modderige bospad aflopend zag ik hier en daar de zon weerkaatsen in de vele glinsterende druppels aan de bladeren van de hoge bomen. Vanaf de groene varens steeg een lichte damp op. Hier en daar ontstonden lichte zonneharpen. Magisch! Het zag er echt magisch uit.

Als gevolg van een lichte windvlaag vallen honderden glinsterende regendruppels van de blaadjes af

De zonneharpen waren helaas maar heel kort zichtbaar. Geen tijd om te oefenen met de instellingen van de camera…, met de foto’s die ik had, zou ik het moeten doen. Ik genoot van de kleuren in het bos. De echte herfstkleuren zullen nog wel even op zich laten wachten, maar dit was ook alweer heel erg mooi.

Het bos gevangen in een waterplas

Terwijl ik op mijn telefoon een melding van buienradar binnenkreeg, liep ik verder de paden af. Behalve de prachtige sponszwam die ik al liet zien, zag ik nog veel meer moois.

Een jonge biefstukzwam
Een russula
Een krulzoom

Ik zat uiteindelijk net niet op tijd in de auto. Maar ik was ook niet drijfnat. Buienradar had deze keer gelijk gekregen. Al was het vijf minuutjes later dan ‘gepland’, een volgende bui stortte zich over het bos. Die vijf minuutjes extra hadden me wel de tijd gegeven nog snel een macrofoto te maken van de natte rand van de hoed van de krulzoom.

(Met dank aan Ria Frieling voor het op naam brengen van de paddenstoelen)

Ongelooflijk! De keizersmantel in mijn ‘achtertuin’!

Niet dat het koud was. Maar het was ook niet echt geweldig weer. Bewolkt, en het keek alsof het ieder moment kon gaan regenen. Toch had ik echt zin om er even uit te gaan. Mijn gisteravond geplakte band van de fiets testen. Want wat was ik daar blij mee! Die fiets brengt me net iets verder buiten het dorp dan ik te voet kan komen, en ik baalde er toch wel van dat de achterband er tijdelijk geen zin meer in leek te hebben.

Mijn weer app gaf aan dat het droog zou blijven, en hoe langer ik naar buiten keek, hoe meer ik dacht dat het zonnetje zich af en toe voorzichtig probeerde te laten zien. Ik besloot te gaan. Lekker. Even eruit en totaal zonder verwachtingen, want zonder de zon zouden de vlinders zeker niet massaal rondvliegen. Ik was heel nieuwsgierig naar wat ik zou gaan zien.

Op weg richting het natuurgebiedje net buiten het dorp, zag ik op plekken in de berm waar ik normaal al vlinders zie, helemaal niets bewegen. Ik zei mijn gedachten stil te zijn. Thuis was ik nog benieuwd naar wat ik zou gaan zien, zonder verwachtingen, en op de fiets waren die verwachtingen toch gestegen. Nu ik niets zag, vond ik dat ik stil moest zijn. Niet nu al er vanuit gaan dat ik toch niets zou zien. Wat is dat nou voor een storende gedachte!

Eenmaal tussen de weiden en de bomen leek ik in een totaal andere wereld te zijn. Hoe gewèldig is dat toch. Ik vergat dat het bewolkt was, dat het kwik de twintig graden vast nog niet eens haalde. Ik stond weer middenin de natuur.

Groot dikkopje
Parende phegeavlinders

Rups van de sint-jacobsvlinder

Bramenstruiken zijn geliefd bij veel insecten, en toen ik een tijdje naar snoepende phegeavlinders had staan kijken, zag ik opeens aan de achterkant van de struik iets oranjes zitten.
‘Uh? De kleine parelmoervlinder?
Nee, dat was niet zo. De tekening was heel anders!
Het zal toch niet? Zou het de keizersmantel zijn? Hier?’

Ik wist het niet zeker, maar ik vond de vlinder sowieso zo mooi, dat ik tussen de takken en bladeren door geprobeerd heb foto’s te maken. Ik kon onmogelijk aan de achterkant van de struik komen. Iets waar ik op dat moment wel echt van baalde, want door het bewolkte weer bleef de vlinder rustig op zijn plekje zitten. Ik had er prachtige foto’s van kunnen maken als ik dichterbij had kunnen komen.
Die kleine teleurstelling was ik thuis alweer heel snel vergeten. Via twitter kwam ik erachter dat die mooie vlinder inderdaad de keizersmantel was. Yihaa!!! Wat vind ik het bijzonder deze prachtige vlinder gewoon in mijn ‘achtertuin’ gezien te hebben!

Keizersmantel

Je zou misschien denken dat het hierna niet meer beter kon.
Dat is ook zo 😉
De keizersmantel was natuurlijk de topper van mijn rondje fietsen.
Maar ik zag ook nog een eikenpage!
En die had ik op deze plek ook nog nooit gezien!
En ik zag mijn eerste koevinkje dit seizoen.
Hoe geweldig is dat, dat ik zo dichtbij huis zoveel verschillende soorten vlinders kan treffen. Ik ben er echt dankbaar voor.

Eikenpage
Koevinkje
Koevinkje

 

Ei-afzettend boomblauwtje in de tuin!

Ik had ze nog niet gezien, en daar was ik me ook bewust van. Bij iedere wandeling en ieder fietstochtje lette ik toch extra op. Bij plekken waar ik ze voorgaande jaren zag, stopte ik even. Maar nee, geen boomblauwtjes. Dat kan hè. De natuur fotograferen blijft, voor mij althans, toch een beetje op het juiste moment, op de juiste plek zijn. Ik ga immers zelden tot nooit bewust op zoek naar een soort.

Ik sprong dan ook super enthousiast uit mijn stoel, toen ik heel toevallig even naar buiten keek en iets kleins en blauws de tuin in zag vliegen. In mijn weg door de kamer en de keuken heen, griste ik nog gauw mijn camera mee. Buiten aangekomen vloog het vlindertje nog steeds onrustig rond een conifeer en de rode bloemen van een petunia.

Gelukkig ging ze heel af en toe ook even zitten, en kon ik haar mooi op de foto zetten.

Ik hield mijn adem in, toen ze voor mijn lens eitjes ging afzetten. Wauw! Hoe mooi is dat dan? Nog nooit had ik het van zo dichtbij gezien. En ik had al helemaal nog nooit een vlindereitje gezien! Prachtig! Ik vond het echt prachtig! Ik denk omdat ik het zo’n wondertje vind. Hoe vernuftig is de natuur toch. Zo’n heel piepklein dingetje herbergt toch een prachtig nieuw leven.

Ei-afzettend boomblauwtje
Eitje

Het boomblauwtje bleef ook daarna nog een poosje in onze tuin.
En zette nog meer eitjes af.
Ik had een geweldige zondag.
Ik heb er zo ontzettend van genoten.

De kleine parelmoervlinder!

Het was eigenlijk niet de bedoeling er nog op uit te gaan. We waren een groot deel van de dag in het Catharina ziekenhuis in Eindhoven. Na de chemokuren van een aantal jaren geleden wil de weerstand van mijn man niet meer zo meewerken. Om de 4 weken ligt hij nu een paar uur aan het infuus voor immunoglobuline. Dit pept zijn weerstand zodanig op, dat hij er weer even tegenaan kan.

We gaan graag naar dit ziekenhuis. Na zoveel jaar kennen ze ons daar, en we vinden er altijd gezelligheid. Toch is zo’n dag natuurlijk zwaar. Je wordt doodmoe van het niets doen. Dus nee.. het was niet echt de bedoeling er nog op uit te gaan. Maar! Ik had op twitter gelezen en gezien dat de vlinderdip voorbij was. En jeetje mina.. het kriebelde ook. Zou het echt zo zijn? Zouden de groot dikkopjes inmiddels ook in Keversbroek vliegen? Zou het er druk zijn?

Ik vond geen rust. En dat is ook niets. Dus ik besloot ondanks mijn vermoeidheid toch even op de fiets te stappen. Het rustig aan te doen, niet te lang te gaan, gewoon even kijken…

Ik was er nog niet of ik zag al een mooie gehakkelde aurelia op een bramenblad zitten. Verderop stapte ik van mijn fiets voor een mannetje platbuik en een mooie juffer. Ik dacht: ‘Wauw, bijna zeven uur in de avond en nog zoveel moois te zien. Wat goed, dat ik toch gegaan ben’.

Gehakkelde aurelia
Platbuik
Blauwe breedscheenjuffer

Keversbroek

Eenmaal in het natuurgebiedje achter ons dorp keek ik mijn ogen uit. Ik zag zoveel vlinders! Witjes, bont zandoogjes, een atalanta en distelvlinders. Ze waren allemaal nog heel druk. Verheugd was ik bij het zien van de pheageavlinder. ‘Ja! Die is er ook weer! Wat fijn dat ie het hier ook nog steeds goed doet.’

Pheageavlinder

Natuurlijk zat deze phegea heel mooi hoog is het gras, tot ik dichterbij kwam met mijn camera. Soms ben je er op tijd bij, soms te laat, en deze keer was eigenlijk te laat, maar leverde het toch een leuk plaatje op. Kijk mij verstoppertje spelen met een vlinder.

Ik stapte weer op mijn fiets. Hoe heerlijk om nog buiten te zijn. Zonnetje, 20 graden, in de avond.
Dáár! Daar zag ik ze! Kleine oranje vleugeltjes. Meerdere! Om elkaar heen cirkelend. Waren het dikkopjes? Snel zette ik mijn fiets weer in de berm en liep ik richting de kant van de zandweg, waar ik ze had gezien. Jaaaaa! Groot dikkopjes!

Groot dikkopje

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik bij de eerste dikkopjes dacht dat het om het zwartsprietdikkopje ging. Geen vlekjes op de vleugels, althans.. ik zag ze niet. Maar thuis zag ik opeens de haakjes aan de sprietjes en begon ik de twijfelen. Gelukkig kan ik altijd even overleggen op twitter en al snel had ik duidelijkheid. Allemaal groot dikkopjes. De haakjes aan de sprietjes geven uitsluitsel. Jammer en ook weer niet. Want ze zijn mooi hè?! Álle dikkopjes!

Zoals altijd vlogen er in Keversbroek ook weer heel veel hooibeestjes.

Hooibeestje

Ze worden wel eens verward met de bruin zandoogjes, die ik inderdaad ook zag vliegen. Helaas bleef er niet eentje rustig zitten, maar dat komt nog wel een keer. De bruin zandoogjes zijn hier ook altijd zeer talrijk. Ik zag vanaf mijn fiets weer twee oranje vlindertjes en besloot nog een laatste keer af te stappen. Ik ging er helemaal vanuit dat het weer dikkopjes waren, maar toen ik dichterbij kwam kon ik mijn ogen niet geloven. De kleine parelmoervlinder!

Krijg nou wat! De kleine parelmoervlinder! Joehoe! Ik was super enthousiast en vergat rustig te blijven waardoor ze natuurlijk schrokken en opvlogen. In de vier, vijf jaar dat ik nu fotografeer heb ik ze nog maar één keer voor de lens gehad. Hun vleugels zijn prachtig. De buitenkant van de vleugels, met hun parelmoerachtige vlekjes, ook. Ik heb die helaas niet op de foto kunnen zetten. Ook deze vlindertjes waren ondanks de avonduren nog heel druk.

Ze zaten op en rond bramenstruiken waar ik ze natuurlijk niet overal evengoed kon benaderen. Ik heb er zeker een half uur over gedaan om een beetje een goede foto te maken. Steeds zaten ze te ver weg, was de foto onscherp, of vloog het beestje net weer weg en kon ik niets anders doen dan hopen en wachten tot ze weer terug bij de bramenstruiken kwamen.

Maar het is gelukt! Ik heb er eentje op de foto!
De kleine parelmoervlinder:

Kleine parelmoervlinder

Muggen, muggen en nog eens muggen. Maar ook het bont dikkopje!

Mei is warm dit jaar. Terwijl ik dit nu zit te schrijven, loopt het kwik buiten alweer op en zal vanmiddag ruim de 30 graden halen. Het lijkt hoog zomer, het is pas mei. Lente nog. Super enthousiast was ik, toen ik op 25 mei het plan vatte, om nu dan echt naar nationaal park De Groote Peel te gaan. Vandaag zou ik het niet bij enkel het plan laten. En eind mei, begin juni,.. dan vliegen in De Groote Peel de bont dikkopjes!

Ik was redelijk op tijd in de Peel, en zag dat de zon nog niet overal de dauwdruppels had doen oplossen. Geweldig mooi vind ik dat. Druppels op bloemen, bladeren, insecten. Op een plant als de vrouwenmantel blijven ze nog eens extra lang liggen.

Druppels op een blad van de vrouwenmantel

In het groen naast een houten vlonder aan het begin van de wandelroutes viel mijn oog op een rups. Ik kon er niet zomaar van alle kanten bij, dus moest het doen met het tegenlicht van de zon. Het geeft wellicht wat minder duidelijke beelden, het was wel prachtig om te zien.

Plakker

Vanuit mijn ooghoek zag ik een wandelaar naar me toe snellen. “Ben je een vlinder aan het fotograferen?”, vroeg hij zeer nieuwsgierig en zijn enthousiasme met moeite onderdrukkend. “Nee”, zei ik. “Een rups”.
“O”, klonk het teleurgesteld.
Om vervolgens met enthousiaste stem weer te vervolgen: “Maar ik zoek het bont dikkopje, heb jij er al een gezien?!”

De man bleek van ver te komen, speciaal voor dit specifieke vlindertje. Ik zag hem later nog eens. Naast een pad zocht hij de bramenstruiken blad voor blad af. Prachtig vind ik dat. Wat een enthousiasme, wat een interesse, wat een passie. Ik hoopte uiteraard ook het bont dikkopje tegen te komen. Ik hoopte dat het me gegeven was, want dat blad voor blad zoeken.. dat is niets voor mij. Daar ben ik dan net weer wat té ongeduldig voor.

Ik wandelde de man dus voorbij ondanks zijn verzoek met zijn tweetjes te zoeken. Tussen de bramenstruiken en de varens genoot ik van de vele juffertjes die zich al zwevend leken voort te bewegen.

Lantaarntje
Azuurwaterjuffer
Variabele waterjuffer

Foto’s maken was nog niet zo gemakkelijk.
Bij de vlonder was ik al lek geprikt door de vele muggen, ook hier rond het wandelpad zaten er weer .. héél véél!
Terwijl ik probeerde scherp te stellen hoorde ik ze zoemen rond mijn oren. Ik voelde hoe er meerdere landden op mijn vingers, er zat er zelfs één op mijn wenkbrauw!
Ik wilde dus zo snel mogelijk een foto maken, de krengen van me afslaan, en doorlopen.

Ik liep het pad af, keek af en toe nog eens om naar de zoekende man, tot ik hem niet meer zag. Ondertussen had ik nog geen bont dikkopje gezien, ook geen enkele andere vlinder. Ik begon me af te vragen of het misschien niet toch al wat te warm was. Juffers en libellen zaten er trouwens genoeg. Ontzettend genieten om die boven de vennen te zien jagen. Ik heb natuurlijk wel geprobeerd foto’s van de libellen te maken, maar helaas. Ze zaten niet lang genoeg stil, of zij zaten wel stil, maar schrokken van mijn bewegingen in een poging de muggen van me af te slaan.

Het bont dikkopje!

Juist daar, waar ik getwijfeld had: links of rechts. Dáár zag ik in het gras kleine bruine vleugeltjes. Zou het, zou het, zou het? Langzaam en voorzichtig stapte ik dichterbij en hoe dichterbij ik kwam, hoe groter mijn hoop werd. Ik dacht aan de zoekende man. Als dit een bont dikkopje was, dan was hij te ver weg om hem te waarschuwen. Hoe jammer was dat! Nog dichterbij en nog dichterbij en jaaaaaaaaa! Het was een bont dikkopje!

Bont dikkopje in het gras

Het was het waard om al die muggen te laten meegenieten.
Ik heb me later nog verbaasd over de zwermen rond mijn enkels.
Ik had mijn sokken over mijn broek getrokken, maar dat hield ze niet allemaal tegen.
Jeetje nog an toe.
Maar het zien van het prachtige bont dikkopje deed het me toch vergeten.

Icarusblauwtje

In tegenstelling tot het bont dikkopje zie ik het icarusblauwtje heel regelmatig. En toch is het iedere keer weer een dansje waard als ik dat hele mooie blauw zie. Dat blijft bijzonder, iedere keer weer. Ik zag er meerdere, later ook vrouwtjes. Ze cirkelden om elkaar heen. De ene keer heel gezellig, de andere keer – zoals op de laatste foto – liet het vrouwtje duidelijk merken er even geen zin in te hebben.

Icarusblauwtje

Vlak voordat ik weer bij de auto was, zag ik nóg een rups van de plakker. Hoe grappig! Alsof iets wist dat ik het tegenlicht zo jammer vond aan het begin van mijn wandeling, kreeg ik nu een tweede kans. Helemaal super! Kijk eens wat een prachtig beestje het is! Geweldig fijn om de wandeling in de Peel mee af te sluiten.

Plakker