Tussen zon en donderwolken.

Ik kwam vanmorgen beneden en ik was helemaal verrast. De zon! Ik had het gewoonweg niet verwacht. Ik dacht, dat het een aantal dagen slecht weer zou zijn en kijk nu! De zon aan een helder blauwe hemel. Terwijl ik genietend van een warme kop koffie naar buiten keek, zag ik een klein half uurtje later echter al flinke stapelwolken aan komen drijven. Ik dacht: ‘Nee he?! Dan moet ik naar buiten! Wandelen! Nu!’

Eenmaal bij de beek zag het er niet goed uit. Zowel richting Baexem als vanaf Nederweert kwamen hele donkere wolken aan. Maar daar tussen scheen de zon! Ik besloot toch door te lopen en dan maar meteen richting de plek waar ik laatst het oranjetipje gezien had. Ik wilde hem nog een keer zien. En het liefst nog een keer, en nog een keer, en nog een keer. En het allerliefst wilde ik hem deze keer van opzij op de foto zetten, want dan vind ik ‘m zo mooi!

Ik stapte flink door. Op donkere wolken vooruit, maar tegelijkertijd donkere wolken tegemoet. Hoe groot zou de kans eigenlijk zijn? Hoe groot zou de kans zijn, dat ik ‘m nog een keer zou zien? Ik tuurde de horizon af, maar geen enkele vlinder leek het er op te wagen. Het gras was ook nog nat.. Bruggetje over, pinksterbloemen voorbij, richting strook bomen. Dáár, opeens! Opeens, en als enige! Een oranjetipje! Niet te geloven! Alle vlinders nog an toe, er vloog maar één vlinder, precies mijn favorietje van dit moment: het oranjetipje.

1 - kopie

Ik volgde het beestje en het ging snel genoeg ‘zitten’. De donkere wolken hadden mij ingehaald en het beestje zal ook gedacht hebben: brrr. Wat een mooie gelegenheid voor mij. Wat een geweldige kans om ‘m van alle kanten mooi vast te leggen. Ik ben er zo blij mee!

2 - kopie

3 - kopie

Efkes later hoorde ik een donderklap. Potverdikke. Daar ben ik echt helemaal niet dol op. En zeker niet als ik zo midden op een veld sta. De bui leek schuins aan mij voorbij te trekken, maar voor hetzelfde geld deed hij dat niet. Aan de ene kant wilde ik heel snel naar huis, aan de andere kant wilde ik blijven. Tegen al mijn vroegere reacties op onweersbuien in.. bleef ik. De natuur leidde me af van mijn angst en de bui trok inderdaad schuins aan mij voorbij.

Het duurde geen half uurtje of de zon scheen weer. En huppa! Weer een oranjetipje! Ik dacht.. ‘Het zal toch niet zo zijn, dat ik ook de kans krijg ‘m op een pinksterbloem te fotograferen? Dat zou gaaf zijn! Die twee horen bij elkaar!’ Dat dacht ik natuurlijk niet zomaar. Ik zag ‘m richting de bloemen gaan.. En hij landde! In de wind gingen de bloemen op en neer en in de zon bleef het tipje van de ene bloem naar de andere gaan.. Moeilijk dus, maar ik heb ‘m! Op een pinksterbloem 🙂

DSC_0069

Omdat ik weer donkere wolken aan zag komen, besloot ik nu wel richting huis te gaan. Wandelend langs de beek zag ik nog twee geaderde witjes vliegen, maar de citroenvlinders, dagpauwogen, en bonte zandoogjes hielden zich verborgen. Niet erg. Aan de waterkant van de Tungelroyse beek is zoveel moois te zien.

8

9

10

11

Ik zag ook een witte kwikstaart, en een gele. Hele leuke vogeltjes vind ik dat. Ik zag ze beide in het gras hippen, uiteraard slechts tot ze mij zagen 😉 Maar ze zaten ook weer op de weidepaaltjes. Dankbaar plekjes 🙂

DSC_0111

Het is ook altijd leuk om tussen het groen te speuren naar kleine kriebelbeestjes. Lieveheersbeestjes stemmen mij altijd vrolijk, maar deze keer zag ik ook een voor mij bijzondere zwarte vlieg. Ik denk, dat het de Maartse vlieg is afgaand op wat ik op google kon vinden. Zeker weten doe ik het niet.

DSC_0085

DSC_0094

Hoe leuk ik deze kriebelbeestjes ook vind, ik kijk uit naar de eerste lentedag dat ik tussen het groen mijn eerste juffer of libel ontdek. Ik heb ze nog niet gezien aan de beek, maar die dag gaat komen en dan maak ik net zo’n dansje als bij mijn eerste vlinder dit jaar.

Advertenties

Maar het oranjetipje.. dat vloog de beek over.

Al dágen zoek ik ernaar. Naar het oranjetipje. Het is zo’n mooi vlindertje! En nu vliegt het rond. Het vertoeft graag op en rond pinksterbloemen, en laat die nu net langs de Tungelroyse beek staan, nog geen vijf minuten lopen van mijn huis. Ik kan zeggen.. ik heb alle pinksterbloemen langs de beek gezien, meerdere keren. Maar geen oranjetipje.

5

De zon schijnt vandaag volop en het is rond de twaalf graden. Wél vlinderweer! Misschien nog iets koud, ik weet het eigenlijk niet, maar ik was nog niet bij de beek of ik spotte al een bont zandoogje. Gaaf! Mijn eerste dit seizoen!

3

4

Langs de beek struinend zag ik weer blauwborsten. Jazeker! Niet één, maar gewoon meerdere. Cool! En maar fluiten. Heel gaaf. Maar deze keer was ik toch echt op vlinders uit. In het bijzonder op het oranjetipje. Ik wil en zal er dit jaar gewoon eentje op de foto zetten 🙂 Bij ieder witje lette ik extra op. Zat er iets groenigs aan, iets oranjes? Nee, nee, nee… Eigenlijk maakt dat natuurlijk niet uit, want ook de klein geaderde witjes zijn heel mooi om te zien.

8a

Dagpauwogen ook. Die gaan altijd heel graag even zitten. Lekker in het zonnetje, vleugeltjes gespreid. Dankbare vlinders om op de foto te zetten en hun kleuren blijven verbazen. Prachtig!

9

Maar mijn ogen bleven zich richten op de witjes in de hoop dat er een oranjetipje tussen zat. En mijn ogen bleven zoeken naar pinksterbloemen, want ik wilde er niet één missen. Maar nee. Niks, noppes, nada. Tot! Zomaar opeens, uit het niets, midden op een stukje wei, ver van de pinksterbloemen, opeens een oranjetipje voorbij vloog!

Nou! Ik dacht nog! Caroline, dat wordt dansen 😉 Maar het vlindertje vloog in rap tempo voorbij. Niks niet dansen, rennen! Er achteraan. En ik heb een heel stuk gerend.. wat helemaal geen pretje is met bonkende hoofdpijn.. en toen rennen niet meer lukte, bleef ik in versnelde pas lopen, tot.. Tot het vlindertje de beek overvloog. Dat heb ik weer. Ik zou ‘m graag op de foto zetten, maar zwemmen.. ging me toch net iets te ver.

Ja, ik baalde wel. Ik baalde goed. Volgens mij zitten er niet veel oranjetipjes aan de beek. Ik heb al zoveel dagen zo gezocht. Ik denk zelfs, dat er maar eentje zit. Hahaha. En die is me dus de beek overgevlogen. Nou ja.. terug naar huis dan maar.

Wat vind ik het dan leuk als er toch nog een cadeautje volgt. Als ik dan toch nog iets speciaals zie. Want ik vind ze speciaal: boomblauwtjes. Een heel stuk kleiner dan de algemeen bekende vlinders en zo ontzettend mooi blauw. Ik zag er eentje net voor ik het dorp weer in liep. En ik ben er heel blij mee.

1

De eerste vlinders, wat maken ze blij

Sommige ochtenden kan zelfs een zonnetje me niet doen dansen. Dan heb ik het even gehad, met veel.. Dan heb ik een schop onder mijn kont nodig om vooruit te komen en gelukkig.., gelukkig lukt het me steeds beter mezelf die schop te geven. Figuurlijk dan, want letterlijk zou dat waarschijnlijk het Guinness Book of Records halen 🙂

Dus ben ik de natuur in gegaan en wat vond ik het heerlijk. In de buurt van Houtsberg, Nederweert, vond ik zelfs een plekje waar ik mijn gevoel van dat moment kon fotograferen. Wat een fijne manier van expressie, en het voelde gedragen. De reflectie in het water maakte van één, twee,.. en tóch één. Ik bedacht me.. ‘Alles heeft een gouden randje, en zelfs één is nog samen.

Buiten begint nu alles kleur te krijgen en het kan eigenlijk niet anders dan blij maken. Mooie vormen, mooie kleuren, de vogels fluiten soms bijna oorverdovend vrolijk, en naast muggen en hommels fladderen er steeds meer vlinders rond.

DSC_0029 - kopie

 

DSC_0035 - kopie

Ik heb lang rond gestruind en ben op veel plekken stil blijven staan. Ik heb genoten van de geluiden en genoten van de kleuren. En ik ben blij dat ik inmiddels plekjes weet te vinden, waar ik geen mens tegenkom, zelfs niet op een zonnige, warme, lente-zaterdag! Dat maakt dan ook dat vogels op deze rustige plekken veel langer blijven zitten. Als je je voeten maar zachtjes neer zet. Als je zo af en toe je adem maar inhoudt, om geen geluid te maken. En soms voel ik me schuldig, als ze van me schrikken en bangig wegvliegen.

DSC_0019 - kopie

DSC_0063 - kopie

Wat ik vergeten was, is hoe moeilijk het is om vlinders te fotograferen. Om ze scherp en helder en op hun mooist vast te leggen. Ik heb er verschillende zien fladderen, ze vlogen zonder omkijken in een snel tempo voorbij 🙂 Er gingen er ook een paar zitten. Heel, heel kort, nog geen hele seconde. En ik moest lachen om mezelf, want ik wilde me niet ergeren, nee, ik wilde genieten van het feit dat ik ze zag. Pas toen ik dat deed en weer rust vond in mijn enthousiasme, ontstonden hele mooie kansen ze te fotograferen.

DSC_0048 - kopie

 

DSC_0086 - kopie

Vlinders: Jeetje wat maken ze mij blij! En ik ervaar het als wéér een cadeautje: Het is mijn eerste gehakkelde aurelia dit jaar!