Verrassend Houtsberg

Het is alweer eventjes geleden dat ik deze wandeling maakte, toch blijven fragmenten maar in mijn hoofd spelen. Een teken dat het bijzonder was! Het was écht een leuke wandeling, en ik zag bovendien voor het eerst deze bijzonder droge herfst de altijd tot de verbeelding sprekende rood met witte stippen paddenstoel: de vliegenzwam.

Ik liep op 8 oktober bij de Philomenahoeve tussen de schapen door richting het Sarsven. Een favoriete wandelroute van mij, omdat ik daar altijd een heerlijk gevoel van vrijheid en ruimte ervaar. De schapen zijn al helemaal gewend aan wandelaars, en ik ben inmiddels ook gewend aan hen. Soms zit er een speciaaltje tussen, zo ook vandaag. Kijk eens wat een dametje! Ik moest glimlachen door haar blik en tred.

Dametje hè?!

Vanaf het Sarsven liep ik weer terug, maar nu over een bospad van waaruit De Banen zichtbaar is. Ook weer zo’n prachtig gebied met veel watervogels. Ik wilde even bij het lelieven kijken en dan het bos in achter dagcamping Houtsberg. Op zoek naar paddenstoelen! Onderweg kwam ik hele mooie dingen tegen. Nu er minder vlinders en libellen zijn, merk ik dat ik weer veel meer let op andere dingen en dat ik wéér tegen mezelf zeg: “Dat zou je altijd moeten doen! Ook als de vlinders er zijn!”

Prachtig wuivende grashalmen (1)
Prachtig wuivende grashalmen (2)
Zwervende pantserjuffer
Zwervende pantserjuffer van nog ietsje dichterbij 😉
Groot dooiermos

Ik verbaasde me over de schoonheid van dit groot dooiermos. Wauw! Hoe meer ik het van heel dichtbij bekeek, hoe mooier ik het vond. Ik denk dat ik er tot nu toe altijd aan voorbij gelopen ben. Soms moet je oog er toevallig een keer op vallen, daarna kun je het nooit meer niet meer zien.

Het bos in

Vanaf het volledig drooggevallen vennetje liep ik linksaf om vervolgens zo’n 100 meter verderop rechts het bos weer in te lopen. Ondanks de droogte hoopte ik toch op wat paddenstoelen. Als ik een toverstafje had, zou ik vliegenzwammen gewenst hebben. Rood met witte (alsof er andere bestaan ;-)) ), en het liefst met een schattig kaboutervrouwtje erbij :-)) Voor mijn gevoel had iedereen op Twitter ze al gevonden of  toevallig gezien, behalve ik.

Herfstkleuren in het bos

Op de hele route door het bos richting de parkeerplaats bij de dagcamping kwam ik slechts één paddenstoel tegen. Niet te geloven!, hoe anders was het andere jaren rond deze tijd geweest. Maar! Ik kwam een kleintje tegen, en juist op deze zat een vlieg. Met een beetje fantasie en de regels heel ruim toepassend, mogen we dit toch ook wel een vliegenzwam noemen, niet?

Verwondering

Mijn weg vervolgend zag ik in de verte opeens een prachtige kleur rood. Ik werd er gewoon naartoe getrokken en hoe dichterbij ik kwam, hoe duidelijker ik zag, dat ik niet de enige was. Het leek wel of alle insecten van het bos zich hier verzameld hadden. Bijen, wespen, hoornaars, vliegen, vlinders, álles zat er en vloog er rond. Schitterend!

Kardinaalsmuts

Al genietend van de kleuren en het gezoem zag ik opeens een appel liggen. En nog één. En nog één. En nog één!
Uh? Appels? En zoveel?
Verscholen tussen de bomen achter de kardinaalsmuts bleek een appelboom te staan!
Zomaar midden in het bos! Uh? En deze reikte tot hoog aan de hemel!
Feestje hoor! Feestje weer voor alle insecten uit de buurt.

Appelboom

Maar goed.
Alle verwondering daargelaten, nog altijd geen vliegenzwammen.
En toen ik de parkeerplaats opliep, besloot ik dat ik het daar echt niet mee eens was.
Ik moest en zou vliegenzwammen zien, vandaag!

Vliegenzwammen

Ik stapte in de auto en reed naar Schoorkuilen in plaats van naar huis.
Nog heel eventjes daar kijken.
Nog heel eventjes daar het pad aflopen en wie weet!

Het was er druk.
Niet met mensen, er was geen mens te zien, wat ik heerlijk vond.
Nee, met vogels!
Heel veel vogels, wat een geweldig gezicht!

Bij Schoorkuilen

Na een tijdje genieten, dacht ik weer aan de vliegenzwam.
“Kom op! Nog even een stukje lopen, wie weet!”, zei ik tegen mezelf.

En na zo’n 100 meter stappen zag ik ‘m.
En daarna zag ik er nog meer.
Jeujj!! Eindelijk kon ik mijn man appen.
“Kijk! Gevonden!”, appte ik. Waarop ik rollende smileys van het lachen als antwoord kreeg.
Ik zag mijn man voor me, lachend denkend: “Is het haar toch weer gelukt”.

Hoed vliegenzwam
Vliegenzwam

Onderkantje vliegenzwam
Nog een vliegenzwam!
En zelfs omgevallen hartstikke mooi
Advertenties

“Voor paddenstoelen moet je op de Beegderheide zijn”

“Voor paddenstoelen moet je op de Beegderheide zijn”.
Mijn moeder zei het ooit, en ik weet niet eens of ze zich dat zelf wel herinnert.
Maar ik dus wel.
Ik heb het in mijn oren geknoopt 🙂

Dus de eerste de beste keer dat ik mijn dochter in de herfst toch naar school moest brengen in Horn, combineerde ik dat natuurlijk met een wandeling op de heide in Beegden. Vorig jaar had ik daar sowieso heel veel vliegenzwammen gezien. Wie weet lieten die nu hier, op 3 oktober, ook alweer hun prachtige rood met witte stippen hoed zien.

Ik heb gezocht en gezocht, maar ik heb er niet eentje gevonden. Hoe jammer. Niet langs de heidepaadjes, niet in het bos, niet langs de vennen. Nergens een klein rood met witte stippen hoedje te vinden. Maar ik heb wel heel veel ander moois gezien. En ik vond het zó mooi, dat ik het gemis van de vliegenzwam heel snel vergeten was.

Doolhofzwam
Gouden druppels
Bekermos
Helmmycena
Zwavelkopjes
Met zijn tweetjes.. (helmmycena)
Zo’n mooi gekruld hoedje (helmmycena)
Helmmycena

 

Alsof het weer lente is!

Het is spannend als ik ga fietsen de laatste tijd. Mijn achterband loopt namelijk langzaam leeg. Ergens zit een piepklein gaatje en we kunnen het niet vinden. Voor nu vind ik het wel wat hebben. Het geeft een fietstochtje wat extra’s mee. Kom ik op tijd of later thuis, en hoe?

Zondag was het prachtig weer. Echt fietsweer. Vooral ook, omdat mijn man met de auto weg was, en ik de laatste tijd op zulke dagen graag wat verder ga dan de Tungelroyse beek. De beek ligt op loopafstand van ons huis, maar aan beide zijden van het water lopen koeien, en hoewel het zou moeten kunnen.. ik wandel er dan toch veel minder graag.

Op naar Keversbroek dus. Met de fiets zo’n vijf minuutjes verder dan de beek, schat ik. Een poesje kwam me halverwege tegemoet wandelen, maar toen ze me zag hield ze even halt, om daarna om te draaien. Jammer. Ik vond het zo’n schattig ding. Het zag ernaar uit dat ze op avontuur wilde. Tot ze mij zag. Ze vond bescherming achter een houten hek, vanwaar ze me nieuwsgierig gade sloeg.

Wat een ding hè! Ik denk dat ze, zodra ik uit het zicht was, weer dapper de wijde wereld in gestapt is.

Treinspoor over, bocht om, bos in. De zon scheen lekker en ik begon het zelfs warm te krijgen. Misschien dat ik mijn jasje dadelijk toch maar om mijn middel moest binden. Bij een pad, tussen twee weides door, stap ik altijd af om goed om me heen te kunnen kijken. Daar vliegen veel icarusblauwtjes en kleine vuurvlinders. Deze keer zag ik geen blauwtjes, maar de vuurvlindertjes waren wel weer van de partij.

Kleine vuurvlinder
Kleine vuurvlinder

Opeens zag ik een wat groter vuurvlindertje. Ik vond het vreemd en liep ernaar toe. Het zat op het pad en toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de tekening anders was. ‘Een kleine parelmoervlinder! Uh? Nu nog?!’

Kleine parelmoervlinder
Kleine parelmoervlinder

Het is nog wel hun vliegtijd, maar ik had het gewoon niet meer verwacht er nog eentje te zien. Gaaf vond ik het! Te gek! Nog een kleine parelmoervlinder zo laat in het seizoen!

Het beestje vloog op en ik rende er achteraan. Ik had wel al een foto genomen, maar ik was bang dat deze nog niet zo goed gelukt was. Dus ik ging in de achtervolging. Alsof het één van de eerste lentedagen was en ik weer vol enthousiasme kiekjes wilde maken van de allereerste vlinders. De oranjetipjes zijn dan ook altijd zo beweeglijk. Méters maak ik voor ze! Maar deze kleine parelmoer vloog al gauw het prikkeldraad over een wei in. Jammer.

Ik pakte mijn fiets aan de hand en liep verder. Boven mijn hoofd zaten twee heidelibellen elkaar achterna. Dappere beestjes zijn het. Die vliegen ook nog zo laat in het seizoen.

Heidelibel
Heidelibel

Voorbij de weides stapte ik weer op om een stukje te fietsen. Het zag nog altijd droog in het gebied. Geen paddenstoel te bekennen. Aan het eind van het pad sloeg ik rechtsaf onder de elektriciteitsmasten door. Wat een lawaai maken die dingen toch. Een gek zoemend geluid. Links van me naderde ik weer een wei en ik zag het al vanaf een afstandje. Heel veel oranje vlindertjes!

Niet te geloven! Geen kleine vuurvlinders, maar tien, vijftien kleine parelmoervlinders! Wauw!! Jeetje wat geweldig, wat hebben die in Keversbroek een goed jaar zeg! Super!
Ze bleven allemaal laag bij de grond en nauwelijks stil zitten. Ik had de gele bloeiende bloemen even verderop toen nog niet gezien. Met verbaasde blik heb ik daar een tijdje staan kijken. Zoveel kleine parelmoertjes. Schitterend!

Toen mijn oog eenmaal viel op één van de nog weinig bloeiende bloemen… : zó genieten. Daar verzamelden zich de vlinders uit de buurt. Ze dronken er, vlogen een rondje en kwamen terug. Met momenten zaten er wel vijf kleine parelmoervlinders en tig kleine vuurvlinders, een machtig gezicht.

Ik heb er een heel tijdje staan kijken en bedacht me toen, dat ik ook een filmpje kon proberen te maken. Dat viel nog tegen. Zoveel fladderende vleugels druk om elkaar heen bewegend. Dus besloot ik me te richten op één van de mooierds.

Prachtig hè!

Opeens moest ik weer denken aan mijn fietsband. Hoe lang was ik al weg?
Ik liep heel gauw naar mijn fiets en duwde met mijn duim op het rubber. Dat moest nog lukken.
Hup, hup! Laat de vlindertjes nu maar weer met rust.. hup naar huis!

Oren gevonden in het bos! ;-)

Dinsdagochtend en de zon scheen volop.
Vandaag wilde ik verder gaan met mijn zolderproject, wat niet veel meer betekent dan daar flink opruiming houden. Driekwart van de spullen die er staan heb ik al in mijn handen gehad. Ik heb ze weggegooid, een ander thuis gegeven, of afgestoft en na het schoonmaken van de vloer weer een nieuw plekje gegeven.
Maar het plan om aan de laatste hoek te beginnen, liet ik heel gauw varen toen ik buiten kwam. De container stond nog aan de kant van de weg en terwijl ik erheen liep om hem binnen te halen, voelde ik warme zonnestralen op mijn wangen. Jee wat was het aangenaam weer.

“Ik wilde de zolder gaan doen, maar het is echt heerlijk weer!”, begon ik eventjes later in de huiskamer tegen mijn man. “Ik ben eigenlijk gek als ik niet ga wandelen, ga je niet mee? Combineren we het met samen lunchen, dat hebben we ook al lang niet meer gedaan”. Tot mijn grote vreugde zei hij ‘Ja!’

– Over het algemeen ga ik het liefst alleen wandelen. Dan kan ik op mijn gemak alles bekijken en me ook gewoon een beetje door mijn intuïtie laten leiden. Van te voren weet ik dan bijvoorbeeld helemaal niet welke route ik ga lopen, de route ontstaat dan als vanzelf op gevoel. –

Maar deze keer had ik er echt zin in samen te wandelen. Samen te genieten, samen om ons heen te kijken, samen te gaan lunchen. Heerlijk!

Judasoren

Meteen op het eerste zandpad zag ik ze in de schaduw liggen. Ze groeiden op een takje, waren eigenlijk nog helemaal niet zo groot, en zagen er nog gaaf uit. Ik vind ze prachtig om te zien en riep enthousiast naar mijn man: “Kijk oorzwammen!” Later moest ik daar in mijzelf hard om lachen. Ik herinnerde me weer dat ze niet oorzwam heten, maar judasoren. Het lijkt erop, maar is toch niet helemaal hetzelfde 😉

Judasoor
Judasoor

Ik was er blij mee ze gezien te hebben. We liepen verder naar een plek waar ik al een paar jaar achter elkaar vliegenzwammen heb zien staan. Ik verheug me erop de rood met witte stippen paddenstoel weer te zien. Op Twitter heb ik er alweer veel foto’s van voorbij zien komen. Wat is hij toch fotogeniek. Ik vind het zo’n mooie, tot de verbeelding sprekende paddenstoel.

Maar tot mijn teleurstelling stond er nog helemaal niets. Ook geen klein, beginnend vliegenzwammetje. Echt niets. Chips.

Mijn man was allang doorgelopen en in versnelde pas probeerde ik hem weer in te halen. Toen ik er bijna was, zag ik een bont zandoogje. Mijn man zou nog even op mij moeten wachten.

Bont zandoogje

Bij een t-splitsing zag ik dat mijn man aan het genieten was van twee boomklevers op een tak boven hem. Ik liep langzaam naar hem toe en ging naast hem staan. We hoorden ook spechten. Hoe langer we stilstonden hoe meer vogeltjes er tevoorschijn kwamen. Super leuk om te beleven.

Weer richting de auto wandelend, kwamen we wel nog wat zwammen en paddenstoelen tegen, maar heel erg veel stond er nog niet.

Zwavelkopjes
Vast het begin van iets moois..

Samen besloten we rechtdoor te lopen, daar waar ik eigenlijk altijd afsla om nog even bij de vennen te kijken. We wilden kijken of er verderop ook nog een mogelijkheid was weer richting de verharde weg te wandelen. Die was er niet. Toch bleek het een goed plan om zo te lopen, want kijk eens wat wij tegenkwamen!

Reuzenzwam
Reuzenzwam

Zo groot! Zo veel! En zo mooi verlicht in de zon.

Ik genoot ervan. Eerdere jaren heb ik ‘m niet gezien, en nu al voor de tweede keer aan het begin van de herfst. Het schijnt een echte parasiet te zijn en einde verhaal voor de boom waarop hij groeit. Het is dan ook echt een joekel. Ik keek nog een keertje om, terwijl ik mijn maag hoorde rommelen. Tijd voor de lunch!