Alsof het weer lente is!

Het is spannend als ik ga fietsen de laatste tijd. Mijn achterband loopt namelijk langzaam leeg. Ergens zit een piepklein gaatje en we kunnen het niet vinden. Voor nu vind ik het wel wat hebben. Het geeft een fietstochtje wat extra’s mee. Kom ik op tijd of later thuis, en hoe?

Zondag was het prachtig weer. Echt fietsweer. Vooral ook, omdat mijn man met de auto weg was, en ik de laatste tijd op zulke dagen graag wat verder ga dan de Tungelroyse beek. De beek ligt op loopafstand van ons huis, maar aan beide zijden van het water lopen koeien, en hoewel het zou moeten kunnen.. ik wandel er dan toch veel minder graag.

Op naar Keversbroek dus. Met de fiets zo’n vijf minuutjes verder dan de beek, schat ik. Een poesje kwam me halverwege tegemoet wandelen, maar toen ze me zag hield ze even halt, om daarna om te draaien. Jammer. Ik vond het zo’n schattig ding. Het zag ernaar uit dat ze op avontuur wilde. Tot ze mij zag. Ze vond bescherming achter een houten hek, vanwaar ze me nieuwsgierig gade sloeg.

Wat een ding hè! Ik denk dat ze, zodra ik uit het zicht was, weer dapper de wijde wereld in gestapt is.

Treinspoor over, bocht om, bos in. De zon scheen lekker en ik begon het zelfs warm te krijgen. Misschien dat ik mijn jasje dadelijk toch maar om mijn middel moest binden. Bij een pad, tussen twee weides door, stap ik altijd af om goed om me heen te kunnen kijken. Daar vliegen veel icarusblauwtjes en kleine vuurvlinders. Deze keer zag ik geen blauwtjes, maar de vuurvlindertjes waren wel weer van de partij.

Kleine vuurvlinder
Kleine vuurvlinder

Opeens zag ik een wat groter vuurvlindertje. Ik vond het vreemd en liep ernaar toe. Het zat op het pad en toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de tekening anders was. ‘Een kleine parelmoervlinder! Uh? Nu nog?!’

Kleine parelmoervlinder
Kleine parelmoervlinder

Het is nog wel hun vliegtijd, maar ik had het gewoon niet meer verwacht er nog eentje te zien. Gaaf vond ik het! Te gek! Nog een kleine parelmoervlinder zo laat in het seizoen!

Het beestje vloog op en ik rende er achteraan. Ik had wel al een foto genomen, maar ik was bang dat deze nog niet zo goed gelukt was. Dus ik ging in de achtervolging. Alsof het één van de eerste lentedagen was en ik weer vol enthousiasme kiekjes wilde maken van de allereerste vlinders. De oranjetipjes zijn dan ook altijd zo beweeglijk. Méters maak ik voor ze! Maar deze kleine parelmoer vloog al gauw het prikkeldraad over een wei in. Jammer.

Ik pakte mijn fiets aan de hand en liep verder. Boven mijn hoofd zaten twee heidelibellen elkaar achterna. Dappere beestjes zijn het. Die vliegen ook nog zo laat in het seizoen.

Heidelibel
Heidelibel

Voorbij de weides stapte ik weer op om een stukje te fietsen. Het zag nog altijd droog in het gebied. Geen paddenstoel te bekennen. Aan het eind van het pad sloeg ik rechtsaf onder de elektriciteitsmasten door. Wat een lawaai maken die dingen toch. Een gek zoemend geluid. Links van me naderde ik weer een wei en ik zag het al vanaf een afstandje. Heel veel oranje vlindertjes!

Niet te geloven! Geen kleine vuurvlinders, maar tien, vijftien kleine parelmoervlinders! Wauw!! Jeetje wat geweldig, wat hebben die in Keversbroek een goed jaar zeg! Super!
Ze bleven allemaal laag bij de grond en nauwelijks stil zitten. Ik had de gele bloeiende bloemen even verderop toen nog niet gezien. Met verbaasde blik heb ik daar een tijdje staan kijken. Zoveel kleine parelmoertjes. Schitterend!

Toen mijn oog eenmaal viel op één van de nog weinig bloeiende bloemen… : zó genieten. Daar verzamelden zich de vlinders uit de buurt. Ze dronken er, vlogen een rondje en kwamen terug. Met momenten zaten er wel vijf kleine parelmoervlinders en tig kleine vuurvlinders, een machtig gezicht.

Ik heb er een heel tijdje staan kijken en bedacht me toen, dat ik ook een filmpje kon proberen te maken. Dat viel nog tegen. Zoveel fladderende vleugels druk om elkaar heen bewegend. Dus besloot ik me te richten op één van de mooierds.

Prachtig hè!

Opeens moest ik weer denken aan mijn fietsband. Hoe lang was ik al weg?
Ik liep heel gauw naar mijn fiets en duwde met mijn duim op het rubber. Dat moest nog lukken.
Hup, hup! Laat de vlindertjes nu maar weer met rust.. hup naar huis!

Advertenties

‘Nee!! Het spiegeldikkopje!’

Moe ben ik vandaag.
Ik geef het weer maar weer eens de schuld.
Boven de 20 graden, maar bewolkt.
Het drukt, het drukt op mijn lijf.

Ik voel het ook tijdens het wandelen.
Mijn benen voelen zwaar, een lichte kramp in mijn linker voet, en ik kom maar langzaam vooruit.

Maar ik ben er!
Ik heb me tóch opgepakt, ik ben tóch aan het wandelen, en wie weet wat ik tegenkom.

Een veld doorkruisend, tussen de schapen door, zie ik verschillende mooie libellen.
Ik heb de puf niet ze ook naast het pad, wellicht hangend in de korenhalmen, te zoeken.
Ik geniet van wat ik zie en laat het foto’s maken zitten.

Pas als ik een koevinkje op een geel blad zie gaan zitten, kan ik het niet laten.
Wat een mooi gezicht!

4 - kopie

7 - kopie

Lelieven

Ik wandel langzaam verder en kom uiteindelijk uit bij ‘mijn’ lelieven.
Daar is altijd veel te zien, en als ik een oranje zandoogje zie opvliegen, voel ik een golf van energie door me heen stromen.
‘Een oranje zandoogje! Twee stippen op de vleugels!
Zie ik dat echt goed? Ja! Ik zie het goed. Twee stippen!
Yeah! Mijn eerste dit seizoen!’.

De foto’s van deze eerste blijken thuis mislukt.
Jammer.. maar ik zag ‘m later tijdens het wandelen nog een keer.. en daar kan ik wel een foto van plaatsen! 😉

24 - kopie

Terwijl ik om het ven heen loop, word ik steeds enthousiaster.
Er vliegen veel meer libellen dan de laatste keer dat ik er was.
Veel heidelibellen, gaaf!
Ze zijn wat kleiner van stuk en dus ook moeilijker te fotograferen.
Echt lang stil zitten willen ze ook al niet, en mijn vermoeidheid komt het foto’s maken ook niet zo ten goede.
Maar dan!
‘Kijk daar! Daar op de heide! Een heidelibel op de heide, hoe mooi wil je het hebben?!
Ze blijft stil zitten, Caroline! Ze zit stil!’

14 - kopie

Op een afstandje zag dat er zo uit:

11 - kopie

Ik vond het zo gaaf!

Nog helemaal in jubelstemming stap ik verder en geniet van nog meer oranje zandoogjes, bruin zandoogjes, koevinkjes, en een atalanta.

Spiegeldikkopje

Als ik heel even richting water loop, valt mijn oog opeens op iets kleins en oranjebruin.
Zo lijkt het althans vanaf grote afstand.
Hoe dichterbij ik kom, hoe meer ik mijn ogen niet kan geloven.
‘Nee!! Een spiegeldikkopje? Hier?
O wat gaaf! Het is ‘m echt! Het is een spiegeldikkopje!!
Ik hoef er niet eens voor naar de Peel! Ik hoef er niet voor naar het Weerterbos!
Yippieyayee!!! Een spiegeldikkopje, ‘gewoon’ hier bij ‘mijn’ lelieven!’

16 - kopie

17 - kopie

Dit is zo cool!
Ik kan mijn ogen niet van het beestje afhouden, ik ben zó verrast!
Dit is waarom ik wandelen en natuurfotografie zo ontzettend gaaf vind.
Je weet nooit, nooit, nóóit wat je tegenkomt en vaak is het zo, zo, zó ontzettend verrassend.

Als ik na een tijdje het beestje uit het oog verlies, loop ik verder en besluit nog even bij de kamperfoelie te kijken.
Echt. Weer geloofde ik mijn ogen niet!
Kijk zelf maar! Een kolibrievlinder! Zo gaaf!
Die had ik tot nu toe alleen nog maar in de tuin gezien!
Puur geluk, dat mijn camera nog op een blijkbaar heel goede stand stond.
Wat een shot!!

19 - kopie

20 - kopie

Ik ben er althans heel blij mee.
En ik ben nog steeds moe. Heel moe.
Maar tjonge, wat heb ik een goede zin! 🙂