Paddenstoelen in de sneeuw

Het is inmiddels 15 januari 2019 en echte sneeuw, een dik pak sneeuw, hebben we nog niet gehad hier in Limburg. In Duitsland en Oostenrijk hebben ze er nu, met al de overlast, de lawines en het bijbehorende gevaar, vast genoeg van. Maar ik niet. Ik kijk er nog altijd hoopvol naar uit. Het zien vallen van sneeuw maakt me blij. Ik voel me dan weer als een kind en wil sneeuwballen gooien, sneeuwpoppen bouwen, sleeën en als eerste voetstappen achterlaten in een nog onaangetast landschap.

In de nacht van 15 op 16 december 2018 is in Limburg wel wát sneeuw gevallen. Niet heel veel. Niet genoeg om echt het gevoel te hebben in winterwonderland te zijn. Maar wel genoeg voor mij om naar het bos te willen. Ik wist dat er nog paddenstoelen moesten staan en hoe mooi zou dát zijn? Paddenstoelen in de sneeuw.

Muizenstaartje

Nou mooi hè?
En ik zag nog veel meer!

Elfenbank
Plooivlieswaaiertje
Gele trilzwam
Berkenzwam
Tonderzwam en plooivlieswaaiertjes

Mijn oog viel ook op andere winterse tafereeltjes. Bevroren sneeuw dat heel langzaam van blaadjes afschoof. En druppels..

Heel bijzondere druppels zelfs. Zoals onderstaande. Zo mooi hoe het bos hierin reflecteert. Ik zag het per toeval en moest er even voor knielen. Met aandacht keek ik in de druppel en bedacht me: ‘Deze druppel is als een traan waar het leven in reflecteert, zowel van geluk als verdriet..’

 

Advertenties

Een pareltje gevonden in het bos!

De dag voor vandaag (4 december) was ik nog wezen wandelen, maar deze dag kriebelde het ook. “Paddenstoelen, paddenstoelen, paddenstoelen”, ging het door mijn hoofd. En “voor je het weet gaat het vriezen en zie je er geen meer”. De zon stond ook zo mooi aan de hemel en het zou het grootste gedeelte van de dag droog blijven. Huppa! Ik vertrok richting het bos achter dagcamping Houtsberg in Nederweert-Eind.

Oorzwammetjes

Ik was nog maar een paar seconden onderweg toen ik vanaf een afstandje een voor mij bijzondere paddenstoel zag staan. Eentje met schubben. Ik had er al vaak foto’s van voorbij zien komen en steeds gedacht: “Zo eentje heb ik nog nooit gezien”. Ik meende dat ze meestal in groepjes stonden, maar deze stond helemaal alleen. Misschien was de rest alweer vergaan!.. Wat een geluk dan, dat ik deze nog mocht treffen!

Schubbige bundelzwam

Een wandelpaadje stijl naar beneden afdalend, zag ik een afgebroken takje liggen met kleine witte ‘roosjes’ erop. Ik ben zo blij met de tip die ik ooit kreeg: ‘Takjes omdraaien’. Ik raad het iedereen die wandelt en tijd heeft aan: draai de takjes om. Ik draaide het takje met de kleine witte ‘roosjes’ dus om, en kijk wat ik zag! Prachtige witte oorzwammetjes. O zo mooi! Ja echt zo super mooi! Nu ik de foto’s weer aan het bekijken ben, kan ik weer zo van ze genieten. Ze stalen de show.

Oorzwammetjes
Van héél dichtbij
Oorzwammetjes

Nog meer bijzonders

Op een bepaald moment moet je dan toch weer verder en het moois achterlaten. Ik leg het takje dan altijd op dezelfde plek terug en draai het ook weer precies zoals het lag. Omdat ik even verderop in de gaten kreeg dat ik ergens een andere afslag dan normaal genomen had, stond ik weer stil om me te oriënteren. Waar was ik? Terwijl ik om mij heen keek, viel mijn oog op hele kleine paddenstoeltjes tegen een stam van een boom. Wauw. Dat had ik nog nooit eerder gezien! Wauw! Kijk nou wat een moois!

Blauwgrijze schorsmycena

Ik besloot het pad te vervolgen en te hopen dat ik vanzelf weer in een omgeving zou komen, die ik zou herkennen. Zo heel groot is het bos daar nu ook weer niet.

Gewone oesterzwammen
Gewone oesterzwammen
Paarse korstzwam
Geweizwammetje
Geweizwammetje
Geweizwammetjes

Ik moet eerlijk bekennen dat ik onderweg wel genoten heb van wat ik zag, maar toch pas weer echt rustig was, toen ik weer precies wist waar ik was. Toen ben ik ook weer takjes om gaan draaien.

Gele korstzwam
Gele korstzwam

Prachtig! Deze gele korstzwam. Wat een kleur! Bam!
Het was een behoorlijke tak en het zat behoorlijk vol.
Ik heb met aandacht zitten kijken en ik ontdekte steeds meer aan vormen en structuren en zag opeens ook dat her en der regendruppels een extra schittering aan de zwam gaven. Tot ik een pareltje zag. Echt waar een pareltje in het bos! Dat zijn van die ontdekkingen die voelen als gouden momentjes en cadeautjes die in je schoot vallen. Wauw. Een pareltje in het bos!

Een pareltje!

 

 

Dit seizoen kan ik er geen genoeg van krijgen: paddenstoelen

Het is alsof ik het allemaal opnieuw ontdek, en veelal is dat ook zo. Wat zijn er toch veel soorten mooie paddenstoelen. Groot en klein en nóg kleiner, en in verschillende prachtige kleuren. Dit jaar lijk ik er veel meer te zien dan andere jaren, maar ik denk dat dat ligt aan mijn eigen kijken. Ik krijg er gewoon meer oog voor en weet beter waar ongeveer te kijken. Het maakt me zó enthousiast, ik vind het zó leuk, en ik hoef er wederom helemaal niet ver voor te gaan.

Na heel wat regen trok ik op 3 december weer eens richting het Leudalbos. Het was droog toen ik daar aankwam, na een klein uurtje begon het in het bos te druppelen, en ik stond net op tijd onder een terrasoverkapping om te schuilen tijdens een flinke stortbui. Maar wat had ik weer genoten, wat was ik weer enthousiast geweest, en wat heb ik weer veel gezien.

Eikentrilzwam
Waaierkorstzwam
Spekzwoerdzwam
Mycena
Donzige korstzwam
Fluweelpootje
Gewone oesterzwam
Botercollybia
Oranje aderzwam
Krulzoom
Plooivlieswaaiertje

Verrassend Houtsberg

Het is alweer eventjes geleden dat ik deze wandeling maakte, toch blijven fragmenten maar in mijn hoofd spelen. Een teken dat het bijzonder was! Het was écht een leuke wandeling, en ik zag bovendien voor het eerst deze bijzonder droge herfst de altijd tot de verbeelding sprekende rood met witte stippen paddenstoel: de vliegenzwam.

Ik liep op 8 oktober bij de Philomenahoeve tussen de schapen door richting het Sarsven. Een favoriete wandelroute van mij, omdat ik daar altijd een heerlijk gevoel van vrijheid en ruimte ervaar. De schapen zijn al helemaal gewend aan wandelaars, en ik ben inmiddels ook gewend aan hen. Soms zit er een speciaaltje tussen, zo ook vandaag. Kijk eens wat een dametje! Ik moest glimlachen door haar blik en tred.

Dametje hè?!

Vanaf het Sarsven liep ik weer terug, maar nu over een bospad van waaruit De Banen zichtbaar is. Ook weer zo’n prachtig gebied met veel watervogels. Ik wilde even bij het lelieven kijken en dan het bos in achter dagcamping Houtsberg. Op zoek naar paddenstoelen! Onderweg kwam ik hele mooie dingen tegen. Nu er minder vlinders en libellen zijn, merk ik dat ik weer veel meer let op andere dingen en dat ik wéér tegen mezelf zeg: “Dat zou je altijd moeten doen! Ook als de vlinders er zijn!”

Prachtig wuivende grashalmen (1)
Prachtig wuivende grashalmen (2)
Zwervende pantserjuffer
Zwervende pantserjuffer van nog ietsje dichterbij 😉
Groot dooiermos

Ik verbaasde me over de schoonheid van dit groot dooiermos. Wauw! Hoe meer ik het van heel dichtbij bekeek, hoe mooier ik het vond. Ik denk dat ik er tot nu toe altijd aan voorbij gelopen ben. Soms moet je oog er toevallig een keer op vallen, daarna kun je het nooit meer niet meer zien.

Het bos in

Vanaf het volledig drooggevallen vennetje liep ik linksaf om vervolgens zo’n 100 meter verderop rechts het bos weer in te lopen. Ondanks de droogte hoopte ik toch op wat paddenstoelen. Als ik een toverstafje had, zou ik vliegenzwammen gewenst hebben. Rood met witte (alsof er andere bestaan ;-)) ), en het liefst met een schattig kaboutervrouwtje erbij :-)) Voor mijn gevoel had iedereen op Twitter ze al gevonden of  toevallig gezien, behalve ik.

Herfstkleuren in het bos

Op de hele route door het bos richting de parkeerplaats bij de dagcamping kwam ik slechts één paddenstoel tegen. Niet te geloven!, hoe anders was het andere jaren rond deze tijd geweest. Maar! Ik kwam een kleintje tegen, en juist op deze zat een vlieg. Met een beetje fantasie en de regels heel ruim toepassend, mogen we dit toch ook wel een vliegenzwam noemen, niet?

Verwondering

Mijn weg vervolgend zag ik in de verte opeens een prachtige kleur rood. Ik werd er gewoon naartoe getrokken en hoe dichterbij ik kwam, hoe duidelijker ik zag, dat ik niet de enige was. Het leek wel of alle insecten van het bos zich hier verzameld hadden. Bijen, wespen, hoornaars, vliegen, vlinders, álles zat er en vloog er rond. Schitterend!

Kardinaalsmuts

Al genietend van de kleuren en het gezoem zag ik opeens een appel liggen. En nog één. En nog één. En nog één!
Uh? Appels? En zoveel?
Verscholen tussen de bomen achter de kardinaalsmuts bleek een appelboom te staan!
Zomaar midden in het bos! Uh? En deze reikte tot hoog aan de hemel!
Feestje hoor! Feestje weer voor alle insecten uit de buurt.

Appelboom

Maar goed.
Alle verwondering daargelaten, nog altijd geen vliegenzwammen.
En toen ik de parkeerplaats opliep, besloot ik dat ik het daar echt niet mee eens was.
Ik moest en zou vliegenzwammen zien, vandaag!

Vliegenzwammen

Ik stapte in de auto en reed naar Schoorkuilen in plaats van naar huis.
Nog heel eventjes daar kijken.
Nog heel eventjes daar het pad aflopen en wie weet!

Het was er druk.
Niet met mensen, er was geen mens te zien, wat ik heerlijk vond.
Nee, met vogels!
Heel veel vogels, wat een geweldig gezicht!

Bij Schoorkuilen

Na een tijdje genieten, dacht ik weer aan de vliegenzwam.
“Kom op! Nog even een stukje lopen, wie weet!”, zei ik tegen mezelf.

En na zo’n 100 meter stappen zag ik ‘m.
En daarna zag ik er nog meer.
Jeujj!! Eindelijk kon ik mijn man appen.
“Kijk! Gevonden!”, appte ik. Waarop ik rollende smileys van het lachen als antwoord kreeg.
Ik zag mijn man voor me, lachend denkend: “Is het haar toch weer gelukt”.

Hoed vliegenzwam
Vliegenzwam

Onderkantje vliegenzwam
Nog een vliegenzwam!
En zelfs omgevallen hartstikke mooi

“Voor paddenstoelen moet je op de Beegderheide zijn”

“Voor paddenstoelen moet je op de Beegderheide zijn”.
Mijn moeder zei het ooit, en ik weet niet eens of ze zich dat zelf wel herinnert.
Maar ik dus wel.
Ik heb het in mijn oren geknoopt 🙂

Dus de eerste de beste keer dat ik mijn dochter in de herfst toch naar school moest brengen in Horn, combineerde ik dat natuurlijk met een wandeling op de heide in Beegden. Vorig jaar had ik daar sowieso heel veel vliegenzwammen gezien. Wie weet lieten die nu hier, op 3 oktober, ook alweer hun prachtige rood met witte stippen hoed zien.

Ik heb gezocht en gezocht, maar ik heb er niet eentje gevonden. Hoe jammer. Niet langs de heidepaadjes, niet in het bos, niet langs de vennen. Nergens een klein rood met witte stippen hoedje te vinden. Maar ik heb wel heel veel ander moois gezien. En ik vond het zó mooi, dat ik het gemis van de vliegenzwam heel snel vergeten was.

Doolhofzwam
Gouden druppels
Bekermos
Helmmycena
Zwavelkopjes
Met zijn tweetjes.. (helmmycena)
Zo’n mooi gekruld hoedje (helmmycena)
Helmmycena

 

Alsof het weer lente is!

Het is spannend als ik ga fietsen de laatste tijd. Mijn achterband loopt namelijk langzaam leeg. Ergens zit een piepklein gaatje en we kunnen het niet vinden. Voor nu vind ik het wel wat hebben. Het geeft een fietstochtje wat extra’s mee. Kom ik op tijd of later thuis, en hoe?

Zondag was het prachtig weer. Echt fietsweer. Vooral ook, omdat mijn man met de auto weg was, en ik de laatste tijd op zulke dagen graag wat verder ga dan de Tungelroyse beek. De beek ligt op loopafstand van ons huis, maar aan beide zijden van het water lopen koeien, en hoewel het zou moeten kunnen.. ik wandel er dan toch veel minder graag.

Op naar Keversbroek dus. Met de fiets zo’n vijf minuutjes verder dan de beek, schat ik. Een poesje kwam me halverwege tegemoet wandelen, maar toen ze me zag hield ze even halt, om daarna om te draaien. Jammer. Ik vond het zo’n schattig ding. Het zag ernaar uit dat ze op avontuur wilde. Tot ze mij zag. Ze vond bescherming achter een houten hek, vanwaar ze me nieuwsgierig gade sloeg.

Wat een ding hè! Ik denk dat ze, zodra ik uit het zicht was, weer dapper de wijde wereld in gestapt is.

Treinspoor over, bocht om, bos in. De zon scheen lekker en ik begon het zelfs warm te krijgen. Misschien dat ik mijn jasje dadelijk toch maar om mijn middel moest binden. Bij een pad, tussen twee weides door, stap ik altijd af om goed om me heen te kunnen kijken. Daar vliegen veel icarusblauwtjes en kleine vuurvlinders. Deze keer zag ik geen blauwtjes, maar de vuurvlindertjes waren wel weer van de partij.

Kleine vuurvlinder
Kleine vuurvlinder

Opeens zag ik een wat groter vuurvlindertje. Ik vond het vreemd en liep ernaar toe. Het zat op het pad en toen ik dichterbij kwam, zag ik dat de tekening anders was. ‘Een kleine parelmoervlinder! Uh? Nu nog?!’

Kleine parelmoervlinder
Kleine parelmoervlinder

Het is nog wel hun vliegtijd, maar ik had het gewoon niet meer verwacht er nog eentje te zien. Gaaf vond ik het! Te gek! Nog een kleine parelmoervlinder zo laat in het seizoen!

Het beestje vloog op en ik rende er achteraan. Ik had wel al een foto genomen, maar ik was bang dat deze nog niet zo goed gelukt was. Dus ik ging in de achtervolging. Alsof het één van de eerste lentedagen was en ik weer vol enthousiasme kiekjes wilde maken van de allereerste vlinders. De oranjetipjes zijn dan ook altijd zo beweeglijk. Méters maak ik voor ze! Maar deze kleine parelmoer vloog al gauw het prikkeldraad over een wei in. Jammer.

Ik pakte mijn fiets aan de hand en liep verder. Boven mijn hoofd zaten twee heidelibellen elkaar achterna. Dappere beestjes zijn het. Die vliegen ook nog zo laat in het seizoen.

Heidelibel
Heidelibel

Voorbij de weides stapte ik weer op om een stukje te fietsen. Het zag nog altijd droog in het gebied. Geen paddenstoel te bekennen. Aan het eind van het pad sloeg ik rechtsaf onder de elektriciteitsmasten door. Wat een lawaai maken die dingen toch. Een gek zoemend geluid. Links van me naderde ik weer een wei en ik zag het al vanaf een afstandje. Heel veel oranje vlindertjes!

Niet te geloven! Geen kleine vuurvlinders, maar tien, vijftien kleine parelmoervlinders! Wauw!! Jeetje wat geweldig, wat hebben die in Keversbroek een goed jaar zeg! Super!
Ze bleven allemaal laag bij de grond en nauwelijks stil zitten. Ik had de gele bloeiende bloemen even verderop toen nog niet gezien. Met verbaasde blik heb ik daar een tijdje staan kijken. Zoveel kleine parelmoertjes. Schitterend!

Toen mijn oog eenmaal viel op één van de nog weinig bloeiende bloemen… : zó genieten. Daar verzamelden zich de vlinders uit de buurt. Ze dronken er, vlogen een rondje en kwamen terug. Met momenten zaten er wel vijf kleine parelmoervlinders en tig kleine vuurvlinders, een machtig gezicht.

Ik heb er een heel tijdje staan kijken en bedacht me toen, dat ik ook een filmpje kon proberen te maken. Dat viel nog tegen. Zoveel fladderende vleugels druk om elkaar heen bewegend. Dus besloot ik me te richten op één van de mooierds.

Prachtig hè!

Opeens moest ik weer denken aan mijn fietsband. Hoe lang was ik al weg?
Ik liep heel gauw naar mijn fiets en duwde met mijn duim op het rubber. Dat moest nog lukken.
Hup, hup! Laat de vlindertjes nu maar weer met rust.. hup naar huis!

Ongelooflijk! De keizersmantel in mijn ‘achtertuin’!

Niet dat het koud was. Maar het was ook niet echt geweldig weer. Bewolkt, en het keek alsof het ieder moment kon gaan regenen. Toch had ik echt zin om er even uit te gaan. Mijn gisteravond geplakte band van de fiets testen. Want wat was ik daar blij mee! Die fiets brengt me net iets verder buiten het dorp dan ik te voet kan komen, en ik baalde er toch wel van dat de achterband er tijdelijk geen zin meer in leek te hebben.

Mijn weer app gaf aan dat het droog zou blijven, en hoe langer ik naar buiten keek, hoe meer ik dacht dat het zonnetje zich af en toe voorzichtig probeerde te laten zien. Ik besloot te gaan. Lekker. Even eruit en totaal zonder verwachtingen, want zonder de zon zouden de vlinders zeker niet massaal rondvliegen. Ik was heel nieuwsgierig naar wat ik zou gaan zien.

Op weg richting het natuurgebiedje net buiten het dorp, zag ik op plekken in de berm waar ik normaal al vlinders zie, helemaal niets bewegen. Ik zei mijn gedachten stil te zijn. Thuis was ik nog benieuwd naar wat ik zou gaan zien, zonder verwachtingen, en op de fiets waren die verwachtingen toch gestegen. Nu ik niets zag, vond ik dat ik stil moest zijn. Niet nu al er vanuit gaan dat ik toch niets zou zien. Wat is dat nou voor een storende gedachte!

Eenmaal tussen de weiden en de bomen leek ik in een totaal andere wereld te zijn. Hoe gewèldig is dat toch. Ik vergat dat het bewolkt was, dat het kwik de twintig graden vast nog niet eens haalde. Ik stond weer middenin de natuur.

Groot dikkopje
Parende phegeavlinders

Rups van de sint-jacobsvlinder

Bramenstruiken zijn geliefd bij veel insecten, en toen ik een tijdje naar snoepende phegeavlinders had staan kijken, zag ik opeens aan de achterkant van de struik iets oranjes zitten.
‘Uh? De kleine parelmoervlinder?
Nee, dat was niet zo. De tekening was heel anders!
Het zal toch niet? Zou het de keizersmantel zijn? Hier?’

Ik wist het niet zeker, maar ik vond de vlinder sowieso zo mooi, dat ik tussen de takken en bladeren door geprobeerd heb foto’s te maken. Ik kon onmogelijk aan de achterkant van de struik komen. Iets waar ik op dat moment wel echt van baalde, want door het bewolkte weer bleef de vlinder rustig op zijn plekje zitten. Ik had er prachtige foto’s van kunnen maken als ik dichterbij had kunnen komen.
Die kleine teleurstelling was ik thuis alweer heel snel vergeten. Via twitter kwam ik erachter dat die mooie vlinder inderdaad de keizersmantel was. Yihaa!!! Wat vind ik het bijzonder deze prachtige vlinder gewoon in mijn ‘achtertuin’ gezien te hebben!

Keizersmantel

Je zou misschien denken dat het hierna niet meer beter kon.
Dat is ook zo 😉
De keizersmantel was natuurlijk de topper van mijn rondje fietsen.
Maar ik zag ook nog een eikenpage!
En die had ik op deze plek ook nog nooit gezien!
En ik zag mijn eerste koevinkje dit seizoen.
Hoe geweldig is dat, dat ik zo dichtbij huis zoveel verschillende soorten vlinders kan treffen. Ik ben er echt dankbaar voor.

Eikenpage
Koevinkje
Koevinkje

 

Ei-afzettend boomblauwtje in de tuin!

Ik had ze nog niet gezien, en daar was ik me ook bewust van. Bij iedere wandeling en ieder fietstochtje lette ik toch extra op. Bij plekken waar ik ze voorgaande jaren zag, stopte ik even. Maar nee, geen boomblauwtjes. Dat kan hè. De natuur fotograferen blijft, voor mij althans, toch een beetje op het juiste moment, op de juiste plek zijn. Ik ga immers zelden tot nooit bewust op zoek naar een soort.

Ik sprong dan ook super enthousiast uit mijn stoel, toen ik heel toevallig even naar buiten keek en iets kleins en blauws de tuin in zag vliegen. In mijn weg door de kamer en de keuken heen, griste ik nog gauw mijn camera mee. Buiten aangekomen vloog het vlindertje nog steeds onrustig rond een conifeer en de rode bloemen van een petunia.

Gelukkig ging ze heel af en toe ook even zitten, en kon ik haar mooi op de foto zetten.

Ik hield mijn adem in, toen ze voor mijn lens eitjes ging afzetten. Wauw! Hoe mooi is dat dan? Nog nooit had ik het van zo dichtbij gezien. En ik had al helemaal nog nooit een vlindereitje gezien! Prachtig! Ik vond het echt prachtig! Ik denk omdat ik het zo’n wondertje vind. Hoe vernuftig is de natuur toch. Zo’n heel piepklein dingetje herbergt toch een prachtig nieuw leven.

Ei-afzettend boomblauwtje
Eitje

Het boomblauwtje bleef ook daarna nog een poosje in onze tuin.
En zette nog meer eitjes af.
Ik had een geweldige zondag.
Ik heb er zo ontzettend van genoten.

De kleine parelmoervlinder!

Het was eigenlijk niet de bedoeling er nog op uit te gaan. We waren een groot deel van de dag in het Catharina ziekenhuis in Eindhoven. Na de chemokuren van een aantal jaren geleden wil de weerstand van mijn man niet meer zo meewerken. Om de 4 weken ligt hij nu een paar uur aan het infuus voor immunoglobuline. Dit pept zijn weerstand zodanig op, dat hij er weer even tegenaan kan.

We gaan graag naar dit ziekenhuis. Na zoveel jaar kennen ze ons daar, en we vinden er altijd gezelligheid. Toch is zo’n dag natuurlijk zwaar. Je wordt doodmoe van het niets doen. Dus nee.. het was niet echt de bedoeling er nog op uit te gaan. Maar! Ik had op twitter gelezen en gezien dat de vlinderdip voorbij was. En jeetje mina.. het kriebelde ook. Zou het echt zo zijn? Zouden de groot dikkopjes inmiddels ook in Keversbroek vliegen? Zou het er druk zijn?

Ik vond geen rust. En dat is ook niets. Dus ik besloot ondanks mijn vermoeidheid toch even op de fiets te stappen. Het rustig aan te doen, niet te lang te gaan, gewoon even kijken…

Ik was er nog niet of ik zag al een mooie gehakkelde aurelia op een bramenblad zitten. Verderop stapte ik van mijn fiets voor een mannetje platbuik en een mooie juffer. Ik dacht: ‘Wauw, bijna zeven uur in de avond en nog zoveel moois te zien. Wat goed, dat ik toch gegaan ben’.

Gehakkelde aurelia
Platbuik
Blauwe breedscheenjuffer

Keversbroek

Eenmaal in het natuurgebiedje achter ons dorp keek ik mijn ogen uit. Ik zag zoveel vlinders! Witjes, bont zandoogjes, een atalanta en distelvlinders. Ze waren allemaal nog heel druk. Verheugd was ik bij het zien van de pheageavlinder. ‘Ja! Die is er ook weer! Wat fijn dat ie het hier ook nog steeds goed doet.’

Pheageavlinder

Natuurlijk zat deze phegea heel mooi hoog is het gras, tot ik dichterbij kwam met mijn camera. Soms ben je er op tijd bij, soms te laat, en deze keer was eigenlijk te laat, maar leverde het toch een leuk plaatje op. Kijk mij verstoppertje spelen met een vlinder.

Ik stapte weer op mijn fiets. Hoe heerlijk om nog buiten te zijn. Zonnetje, 20 graden, in de avond.
Dáár! Daar zag ik ze! Kleine oranje vleugeltjes. Meerdere! Om elkaar heen cirkelend. Waren het dikkopjes? Snel zette ik mijn fiets weer in de berm en liep ik richting de kant van de zandweg, waar ik ze had gezien. Jaaaaa! Groot dikkopjes!

Groot dikkopje

Ik moet eerlijk bekennen, dat ik bij de eerste dikkopjes dacht dat het om het zwartsprietdikkopje ging. Geen vlekjes op de vleugels, althans.. ik zag ze niet. Maar thuis zag ik opeens de haakjes aan de sprietjes en begon ik de twijfelen. Gelukkig kan ik altijd even overleggen op twitter en al snel had ik duidelijkheid. Allemaal groot dikkopjes. De haakjes aan de sprietjes geven uitsluitsel. Jammer en ook weer niet. Want ze zijn mooi hè?! Álle dikkopjes!

Zoals altijd vlogen er in Keversbroek ook weer heel veel hooibeestjes.

Hooibeestje

Ze worden wel eens verward met de bruin zandoogjes, die ik inderdaad ook zag vliegen. Helaas bleef er niet eentje rustig zitten, maar dat komt nog wel een keer. De bruin zandoogjes zijn hier ook altijd zeer talrijk. Ik zag vanaf mijn fiets weer twee oranje vlindertjes en besloot nog een laatste keer af te stappen. Ik ging er helemaal vanuit dat het weer dikkopjes waren, maar toen ik dichterbij kwam kon ik mijn ogen niet geloven. De kleine parelmoervlinder!

Krijg nou wat! De kleine parelmoervlinder! Joehoe! Ik was super enthousiast en vergat rustig te blijven waardoor ze natuurlijk schrokken en opvlogen. In de vier, vijf jaar dat ik nu fotografeer heb ik ze nog maar één keer voor de lens gehad. Hun vleugels zijn prachtig. De buitenkant van de vleugels, met hun parelmoerachtige vlekjes, ook. Ik heb die helaas niet op de foto kunnen zetten. Ook deze vlindertjes waren ondanks de avonduren nog heel druk.

Ze zaten op en rond bramenstruiken waar ik ze natuurlijk niet overal evengoed kon benaderen. Ik heb er zeker een half uur over gedaan om een beetje een goede foto te maken. Steeds zaten ze te ver weg, was de foto onscherp, of vloog het beestje net weer weg en kon ik niets anders doen dan hopen en wachten tot ze weer terug bij de bramenstruiken kwamen.

Maar het is gelukt! Ik heb er eentje op de foto!
De kleine parelmoervlinder:

Kleine parelmoervlinder

Muggen, muggen en nog eens muggen. Maar ook het bont dikkopje!

Mei is warm dit jaar. Terwijl ik dit nu zit te schrijven, loopt het kwik buiten alweer op en zal vanmiddag ruim de 30 graden halen. Het lijkt hoog zomer, het is pas mei. Lente nog. Super enthousiast was ik, toen ik op 25 mei het plan vatte, om nu dan echt naar nationaal park De Groote Peel te gaan. Vandaag zou ik het niet bij enkel het plan laten. En eind mei, begin juni,.. dan vliegen in De Groote Peel de bont dikkopjes!

Ik was redelijk op tijd in de Peel, en zag dat de zon nog niet overal de dauwdruppels had doen oplossen. Geweldig mooi vind ik dat. Druppels op bloemen, bladeren, insecten. Op een plant als de vrouwenmantel blijven ze nog eens extra lang liggen.

Druppels op een blad van de vrouwenmantel

In het groen naast een houten vlonder aan het begin van de wandelroutes viel mijn oog op een rups. Ik kon er niet zomaar van alle kanten bij, dus moest het doen met het tegenlicht van de zon. Het geeft wellicht wat minder duidelijke beelden, het was wel prachtig om te zien.

Plakker

Vanuit mijn ooghoek zag ik een wandelaar naar me toe snellen. “Ben je een vlinder aan het fotograferen?”, vroeg hij zeer nieuwsgierig en zijn enthousiasme met moeite onderdrukkend. “Nee”, zei ik. “Een rups”.
“O”, klonk het teleurgesteld.
Om vervolgens met enthousiaste stem weer te vervolgen: “Maar ik zoek het bont dikkopje, heb jij er al een gezien?!”

De man bleek van ver te komen, speciaal voor dit specifieke vlindertje. Ik zag hem later nog eens. Naast een pad zocht hij de bramenstruiken blad voor blad af. Prachtig vind ik dat. Wat een enthousiasme, wat een interesse, wat een passie. Ik hoopte uiteraard ook het bont dikkopje tegen te komen. Ik hoopte dat het me gegeven was, want dat blad voor blad zoeken.. dat is niets voor mij. Daar ben ik dan net weer wat té ongeduldig voor.

Ik wandelde de man dus voorbij ondanks zijn verzoek met zijn tweetjes te zoeken. Tussen de bramenstruiken en de varens genoot ik van de vele juffertjes die zich al zwevend leken voort te bewegen.

Lantaarntje
Azuurwaterjuffer
Variabele waterjuffer

Foto’s maken was nog niet zo gemakkelijk.
Bij de vlonder was ik al lek geprikt door de vele muggen, ook hier rond het wandelpad zaten er weer .. héél véél!
Terwijl ik probeerde scherp te stellen hoorde ik ze zoemen rond mijn oren. Ik voelde hoe er meerdere landden op mijn vingers, er zat er zelfs één op mijn wenkbrauw!
Ik wilde dus zo snel mogelijk een foto maken, de krengen van me afslaan, en doorlopen.

Ik liep het pad af, keek af en toe nog eens om naar de zoekende man, tot ik hem niet meer zag. Ondertussen had ik nog geen bont dikkopje gezien, ook geen enkele andere vlinder. Ik begon me af te vragen of het misschien niet toch al wat te warm was. Juffers en libellen zaten er trouwens genoeg. Ontzettend genieten om die boven de vennen te zien jagen. Ik heb natuurlijk wel geprobeerd foto’s van de libellen te maken, maar helaas. Ze zaten niet lang genoeg stil, of zij zaten wel stil, maar schrokken van mijn bewegingen in een poging de muggen van me af te slaan.

Het bont dikkopje!

Juist daar, waar ik getwijfeld had: links of rechts. Dáár zag ik in het gras kleine bruine vleugeltjes. Zou het, zou het, zou het? Langzaam en voorzichtig stapte ik dichterbij en hoe dichterbij ik kwam, hoe groter mijn hoop werd. Ik dacht aan de zoekende man. Als dit een bont dikkopje was, dan was hij te ver weg om hem te waarschuwen. Hoe jammer was dat! Nog dichterbij en nog dichterbij en jaaaaaaaaa! Het was een bont dikkopje!

Bont dikkopje in het gras

Het was het waard om al die muggen te laten meegenieten.
Ik heb me later nog verbaasd over de zwermen rond mijn enkels.
Ik had mijn sokken over mijn broek getrokken, maar dat hield ze niet allemaal tegen.
Jeetje nog an toe.
Maar het zien van het prachtige bont dikkopje deed het me toch vergeten.

Icarusblauwtje

In tegenstelling tot het bont dikkopje zie ik het icarusblauwtje heel regelmatig. En toch is het iedere keer weer een dansje waard als ik dat hele mooie blauw zie. Dat blijft bijzonder, iedere keer weer. Ik zag er meerdere, later ook vrouwtjes. Ze cirkelden om elkaar heen. De ene keer heel gezellig, de andere keer – zoals op de laatste foto – liet het vrouwtje duidelijk merken er even geen zin in te hebben.

Icarusblauwtje

Vlak voordat ik weer bij de auto was, zag ik nóg een rups van de plakker. Hoe grappig! Alsof iets wist dat ik het tegenlicht zo jammer vond aan het begin van mijn wandeling, kreeg ik nu een tweede kans. Helemaal super! Kijk eens wat een prachtig beestje het is! Geweldig fijn om de wandeling in de Peel mee af te sluiten.

Plakker